**1..** Het algemeen bestuur is samengesteld als volgt:
Van iedere gemeente: het collegelid dat belast is met de portefeuille sociale zakenplus twee door de gemeenteraad uit diens midden aan te wijzen leden.
**2..** De raden van de gemeenten beslissen in de eerste vergadering van elke zittingsperiode over de aanwijzing van de leden en twee plaatsvervangende leden van het algemeen bestuur.
**3..** De conform lid 2 van dit artikel aangewezen leden van het algemeen bestuur hebben, onverminderd het bepaalde in artikel 16 lid 3, zitting gedurende de zittingsduur van de gemeenteraad.
**4..** De leden van het algemeen bestuur treden af op de dag waarop de nieuwe leden door de nieuwe raden van de gemeenten zijn aangewezen. De leden-portefeuillehouders blijven lid van het bestuur tot het moment waarop in hun opvolging is voorzien.
**5..** Het lid dat ophoudt lid van de raad te zijn, respectievelijk het bestuurslid dat niet langer portefeuillehouder sociale zaken is, houdt daarmee tevens op lid te zijn van het algemeen bestuur.
**6..** Het lid dat ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van het algemeen bestuur wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens of wier plaats dit lid is benoemd, zou hebben moeten aftreden.
**7..** De leden van het algemeen bestuur die tussentijds ontslag nemen, stellen de voorzitter van het algemeen bestuur alsmede de raad die hen heeft aangewezen hiervan op de hoogte. Het ontslag is onherroepelijk. Leden van het algemeen bestuur die ontslag hebben genomen, behouden hun lidmaatschap totdat in hun opvolging is voorzien.
**8..** De aanwijzing voor de vervulling van plaatsen die zijn opengevallen, vindt in de eerstkomende vergadering plaats van de raad die het aangaat.