**1..** Het dagelijks bestuur zendt jaarlijks voor 1 april een, op basis van het in artikel 19 genoemde meerjarenbeleidsplan opgestelde, ontwerpbegroting van de dienst voor het komende kalenderjaar, vergezeld van een toelichting, aan de raden van de gemeenten.
**2..** De ontwerpbegroting wordt door de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en is tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar. Het bepaalde in artikel 190 lid 2 en 3 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
**3..** De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen 8 weken na toezending van de ontwerpbegroting het dagelijks bestuur van hun zienswijze laten blijken. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren, waarin de zienswijze van de raden zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
**4..** Het algemeen bestuur stelt de begroting vast uiterlijk op 1 juli van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting moet dienen.
**5..** Terstond na de vaststelling van de begroting zendt het algemeen bestuur de begroting ter kennisname aan de raden van de gemeenten.
**6..** Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen 2 weken na vaststelling daarvan, doch uiterlijk voor 15 juli, aan Gedeputeerde Staten.
**7..** De in dit artikel genoemde procedure, met uitzondering van de daarin genoemde data, is van overeenkomstige toepassing op de besluiten tot wijziging van de begroting.