Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als:
Het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
Van het beoogde gebruik niet tenminste 3 werkdagen voorafgaand aan het gebruik melding is gedaan aan het college op een door het college vastgesteld meldingsformulier.
Het verbod van het eerste lid geldt niet voor:
evenementen als bedoeld in artikel 2.2.1;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5.2.3.1;
terrassen als bedoeld in artikel 2.3.1.2. vijfde lid;
uitstallingen, verwijsborden en reclameobjecten die in overeenstemming met de ‘Beleidsregel reclame’ zijn geplaatst’;
vlaggen, wimpels of vlaggenstokken, voor zover zij geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt;
voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijs kortstondig op de weg gebracht worden in verband met het laden en lossen ervan, mits geen schade wordt toegebracht aan de weg, het geen gevaar of belemmering vormt, en de voorwerpen of stoffen onmiddellijk na beëindiging van het laden en lossen , in elk geval voor zonsondergang, van de weg verwijderd worden en de weg hiervan gereinigd is;
voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard, voor zover deze geen schade toebrengen aan de weg of geen gevaar of belemmering vormen
voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Woningwet, de Wet beheer rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet of het Provinciaal wegenreglement.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 1 › Paragraaf 5
Artikel 2.1.5.1
Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening