Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 2

Artikel 2.3.2.2

Speelautomaten

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening

1.. In dit artikel wordt verstaan onder: Wet: de Wet op de kansspelen speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de Wet; kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de Wet; hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de Wet; laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de Wet. 2.. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan, waarvan maximaal twee kansspelautomaten. 3.. In laagdrempelige inrichtingen zijn twee speelautomaten toegestaan, met dien verstande dat kansspelautomaten in het geheel niet zijn toegestaan. 4.. De vergunning voor een speelautomaat wordt verleend voor ten hoogste één jaar en eindigt in elk geval op 31 december.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel