**1..** De vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste en vierde lid, wordt geweigerd indien:
de exploitant - indien een rechtspersoon: de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke perso(o)n(en) - of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3.2.2 gestelde eisen;
de vestiging of de exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;
er aanwijzingen zijn dat in de inrichting personen werkzaam (zullen) zijn in strijd met artikel 273a van het Wetboek van Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde;
het maximaal af te geven aantal vergunningen als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste en vierde lid voor seksinrichtingen of escortbedrijven is verleend;
de vergunning aangevraagd is voor de exploitatie van een raamprostitutiebedrijf.
**2..** De vergunning als bedoeld in artikel 3.2.1, eerste en vierde lid, kan worden geweigerd:
in het belang van de openbare orde;
in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;
in het belang van het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en leefklimaat;
in het belang van de veiligheid van personen of goederen;
in het belang van de verkeersvrijheid of -veiligheid;
in het belang van de gezondheid of zedelijkheid;
in het belang van de arbeidsomstandigheden van de prostitué(e).
Hoofdstuk 3 › Afdeling 3
Artikel 3.3.2
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening