Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet investeren in jongeren

In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Wet investeren in jongeren; gehuwdennorm: de norm bedoeld in artikel 28, eerste lid onderdeel d, van de wet; college: het college van burgemeester en wethouders; woning: een woning als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, Wet op de huurtoeslag, als mede een woonwagen of woonschip, als bedoeld in artikel 3, zesde lid, Wet werk en bijstand; woonlasten: indien een woonruimte wordt gehuurd: de kale huurprijs per maand en de kosten van water, gas, elektriciteit, heffingen per maand minus de huursubsidie op grond van de Wet individuele huursubsidie (Stb. 1986, 265) of een bijzondere bijstandstoeslag voor woonkosten per maand; indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten, waarbij onder zakelijke lasten worden verstaan: de rioolrechten, het eigenaarsaandeel van de onroerende-zaakbelasting, de brandverzekering, de opstalverzekering en het eigenaarsaandeel van de waterschapslasten en de kosten per maand van water, gas, elektriciteit, heffingen minus een bijstandstoeslag voor woonkosten per maand. Indien een woonwagen in huur dan wel in eigendom wordt bewoond, de tot een bedrag per maand herleide op 1 juli geldende woonkosten, als omschreven in artikel 5, tweede lid van de Beschikking geldende steun ten behoeve van het bekostigen van de bewoning van een woonwagen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel