Naar hoofdinhoud
Uittreding uit de regeling kan geschieden door toezending van een daartoe strekkend besluit van het college van burgemeester en wethouders van de uittredende gemeente aan de besturen van de overblijvende deelnemers. Er geldt een opzegtermijn van tenminste 1 jaar. De uittreding gaat in op de eerste dag van het jaar volgend op dat waarin de uittreding is aangekondigd. De kosten van uittreding en de financiële rechten en verplichtingen daarvan komen voor rekening van de uittredende partij. Het portefeuillehoudersoverleg regelt de gevolgen van de uittreding. Specifieke bepalingen leerplicht en RMC

Rechtspraak bij dit artikel