**a..** Koper is verplicht de grond te bebouwen met de in de
uitgifte-overeenkomst aangegeven bebouwing.
**b..** Koper is geheel voor eigen rekening en risico verantwoordelijk
voor het tijdig verkrijgen van vergunningen, ontheffingen,
beschikkingen, et cetera, die benodigd zijn voor de realisatie
van het bouwplan.
**c..** Binnen 1 jaar na datum van het ondertekenen van de notariële
akte moet met de op de grond te stichten bebouwing worden
begonnen; indien daartoe aanleiding bestaat, kan deze termijn
door burgemeester en wethouders worden verlengd.
**d..** Binnen 2 jaar na datum van het ondertekenen van de notariële
akte moet de op de grond te stichten bebouwing voltooid en
gebruiksklaar zijn; indien daartoe aanleiding bestaat, kan deze
termijn door burgemeester en wethouders worden verlengd.
**e..** indien na verloop van de in lid d. genoemde termijn (2 jaar) de
bebouwing wel is begonnen maar nog geen vijftig procent (50%)
van de geschatte bouwtijd is verlopen, is koper aan de gemeente
een boete verschuldigd ter grootte van tien procent (10%) van de
koopsom met een minimum van twintigduizend euro (€20.000,00)
tenzij koper genoegzaam kan aantonen dat het niet nakomen van de
verplichting genoemd in lid d. te wijten is aan omstandigheden
die hem redelijkerwijs niet kunnen worden toegerekend.
**f..** Indien na verloop van de in lid d. genoemde termijn (2 jaar) de
bebouwing is begonnen, maar meer dan vijftig procent (50%) van
de bebouwing gereed is, verlenen burgemeester en wethouders
uitstel van bouwplicht voor de periode van de geschatte bouwtijd
van het restant van de bebouwing. Indien na verloop van die
verlening nog steeds een wezenlijk deel van de bebouwing moet
geschieden is koper aan de gemeente een boete verschuldigd
overeenkomstig het bepaalde in lid e. van dit artikel,
onverminderd het recht van de gemeente om de volledige nakoming
van de bouwplicht te vorderen.
**g..** Zolang de bebouwing niet voltooid en gebruiksklaar is, mag koper
de onroerende zaak niet zonder toestemming van burgemeester en
wethouders noch in juridische noch economische eigendom
overdragen, in erfpacht uitgeven, met beperkte rechten bezwaren,
verhuren of verpachten. Een verzoek om toestemming moet koper
schriftelijk en gemotiveerd indienen bij burgemeester en
wethouders. Burgemeester en wethouders kunnen voorwaarden aan
deze toestemming verbinden. Voor vestiging van het recht van
hypotheek is geen toestemming nodig.
Bij niet nakoming van het in dit lid bepaalde is koper een
onmiddellijk opeisbare boete verschuldigd van twintig procent
(20 %) van de koopsom met een minimum van vijftigduizend euro
(€50.000).
**h..** Het bepaalde in lid g. is niet van toepassing in geval van
verkoop op grond van een machtiging van de rechter als
bedoeld in artikel 3:174 BW;
executoriale verkoop door hypothecaire schuldeisers als
bedoeld in artikel 3:268 BW;
overlijden van koper of diens levensgezel in geval van
de bouw van een woning bestemd voor zelfbewoning.
**i..** De in lid g. bedoelde toestemming wordt geacht te zijn verleend
als de overdracht van de onroerende zaak geschiedt ter
uitvoering van een tussen de in de koopovereenkomst genoemde
koper en (een) derde(n) gesloten koop-/aannemingsovereenkomst
als bedoeld in artikel 3.8 (ABC-bepaling) van de AVV 2013.
Het in dit lid gestelde geldt uitsluitend voor de in de
koopovereenkomst genoemde koper(s) en gaat niet over op diens
rechtsopvolgers.
**j..** De toepassing van dit artikel sluit de toepasselijkheid van
artikel 3.4 (bouwverbod) uit.
Hoofdstuk 3: › Paragraaf II
Artikel 3.7
Bouwplicht, termijnen
Onderdeel van Algemene Voorwaarden voor de Verkoop van onroerende zaken 2013 (AVV 2013)