**1..** In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting
verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later
is, bij de aanvang van de belastingplicht.
**2.** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt
is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor
zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde
belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht,
nog volle kalendermaanden overblijven, met inachtneming van lid 3.
**3..** Vangt de belastingplicht voor de 16e van de maand aan, dan is
de belasting over die maand ten volle verschuldigd; vangt de
belastingplicht op of na de 16e van de maand aan, dan is over
die maand geen belasting verschuldigd.
**4..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt,
bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven
precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak
verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van
de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, met
inachtneming van lid 5, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing
minder bedraagt dan € 10.
**5..** Eindigt de belastingplicht voor de 16e van de maand, dan
wordt over die volle maand ontheffing verleend; eindigt de
belastingplicht op of na de 16e van de maand, dan wordt over
die maand geen ontheffing verleend.
**6..** Belastingbedragen van minder dan € 10 worden niet geheven.
**7..** Voor de toepassing van het vierde en het zesde lid worden op één biljet
verenigde ontheffingen respectievelijk aanslagen precariobelasting of
andere heffingen aangemerkt als één ontheffing respectievelijk
belastingaanslag.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2015