.
De voorzitter stelt toehoorders in de gelegenheid om onmiddellijk voorafgaande aan de eerste termijn van de beraadslaging over het aan de orde zijnde agendapunt, gedurende een tijdsduur van maximaal 5 minuten per inspreker, daarover vragen te stellen of opmerkingen te maken. De voorzitter stelt vervolgens de commissie in de gelegenheid om vragen te stellen welke de inspreker(s) mag/mogen beantwoorden. Een inspreker mag, nadat de commissie in eerste termijn heeft beraadslaagd, in tweede termijn nog maximaal 3 minuten reageren. De voorzitter kan bepalen van de hiervoor genoemde tijdslimieten zowel naar boven als naar beneden af te wijken.