Aan de ouders van een leerling die een school voor
basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs, zoals
bedoeld in de Wet op het primair onderwijs bezoekt, van wie het
inkomen tezamen meer bedraagt dan € 24.300,- wordt slechts
bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van
die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in
artikel 10 bepaalde afstand te boven gaan.
In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te
kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen
de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of
een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling
per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten
van het openbaar vervoer over de in artikel 10 bepaalde afstand,
indien het inkomen van de ouders meer bedraagt dan €
24.300,-.
De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede
lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van
de tot 9 december 2012 geldende zone-indeling, gebaseerd op
artikel 30, eerste lid van de Wet Personenvervoer 2000, voor de
afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de
aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik
ervan. Dit bedrag wordt jaarlijks verhoogd met het
consumentenprijsindexcijfer vervoersdiensten van het CBS.
Het bedrag van € 24.300,- genoemd in het eerste en tweede lid,
wordt met ingang van 1 januari 2014 jaarlijks aangepast aan het
indexcijfer van de cao-lonen en rekenkundig afgerond op een
veelvoud van € 450,-. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van
het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van €
24.300,-.
Deze bepaling is niet van toepassing op leerlingen die wegens
hun structurele lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke
handicap op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen,
dan wel vanwege een zodanige handicap niet zelfstandig van
openbaar vervoer gebruik kunnen maken.