Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1.3

Begrippenlijst

Onderdeel van Afwijkingenbeleid Wabo – bebouwde kom, herziening 2013, 1e wijziging’

Bij toepassing van deze beleidsregels geldt de begrippenlijst zoals deze in onderstaande lijst is opgenomen: Begrippenlijst bestemmingsplan versus beleidsregel Indien een omschrijving van een begrip in deze beleidsregels afwijkt van de omschrijving zoals deze is opgenomen in het van toepassing zijnde bestemmingsplan, dan geldt de omschrijving zoals deze is opgenomen in deze beleidsregels. Begrippenlijst Besluit omgevingsrecht versus beleidsregel In artikel 1 bijlage II van het Bor staat beschreven wat onder enige begrippen wordt verstaan. Daar waar een begrip uit Bor één-op-één in deze beleidsregels is opgenomen, is dit door een vermelding van het artikel uit het Bor achter het begrip aangeduid. a. afhankelijke woonruimte een bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin uit een oogpunt van mantelzorg een gedeelte van het huishouden is gehuisvest; b. beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een seksinrichting of escortbedrijf c. bestaand: bij bouwwerken: aanwezig op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van deze beleidsregel, alsmede bouwwerken die op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van deze beleidsregel mogen worden gebouwd krachtens een daartoe verleende bouw- dan wel omgevingsvergunning; d. bestaand bouwtype woningen Als bestaande bouwtypen voor woningen kunnen de volgende categorieën worden onderscheiden: 1. Vrijstaand (ruim) Het woningtype waarbij de bijbehorende bouwwerken zijn gesitueerd achter de oorspronkelijke voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan. De afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt aan beide zijden minimaal 3.00m. De bijbehorende bouwwerken zijn niet vrijstaand gesitueerd. 2.Vrijstaand/ maximaal 2 geschakeld Het woningtype waarbij de afstand van het oorspronkelijke hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens aan beide zijden minimaal 3.00m bedraagt. Bijbehorende bouwwerken, niet zijnde vrijstaand, zijn, voor zover gelegen voor de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan, slechts aan één zijde in de zijdelingse perceelsgrens gesitueerd. Aan de andere zijde geldt voor bijbehorende bouwwerken, aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen een afstand tot de zijdelingse perceelsgrens van minimaal 3.00m. 3.Vrijstaand/ geschakeld Het hoofdgebouw is aan één zijde in de zijdelingse perceelsgrens gesitueerd en aan de andere zijde op een afstand van minimaal 3.00m tot de zijdelingse perceelsgrens, of het hoofdgebouw is aan beide zijden op een afstand van minimaal 3.00m tot de zijdelingse perceelsgrens gesitueerd. Hoofdgebouwen grenzen niet aan elkaar, maar zijn geschakeld door zijdelingse bijbehorende bouwwerken, niet zijnde vrijstaand. Bijbehorende bouwwerken, niet zijnde vrijstaand kunnen in de zijdelingse perceelsgrens zijn gesitueerd. 4. Halfvrijstaand Het hoofdgebouw grenst aan een ander hoofdgebouw dan wel aan een bijbehorend bouwwerk, niet zijnde vrijstaand, met dien verstande dat niet meer dan twee hoofdgebouwen aan elkaar grenzen. Het hoofdgebouw grenst aan een ander hoofdgebouw en/of aan het bijbehorende bouwwerk (niet vrijstaand) van twee verschillende aan elkaar grenzende hoofdgebouwen, met dien verstande dat niet meer dan twee hoofdgebouwen aan elkaar grenzen. Aan één zijde is de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens minimaal 3m. In geval het een enkel hoofdgebouw betreft, al dan niet in een hoeksituatie, geldt voor het hoofdgebouw een afstand tot beide zijdelingse perceelsgrenzen van minimaal 3.00m. Bijbehorende bouwwerken, niet zijnde vrijstaande bouwwerken, zijn op een afstand van minimaal 3.00m van de aan het openbare gebied grenzende zijdelingse perceelsgrens gesitueerd. 5.Aaneengebouwd Het hoofdgebouw maakt deel uit van een blok van meer dan twee aaneengebouwde hoofdgebouwen. 6.Meergezinswoningen Het hoofdgebouw bestaat uit meerdere naast elkaar en/of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen (appartementen en maisonnettes) en kan qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid worden beschouwd. e. bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met uitzondering van: de exploitant; de beheerder; de prostituee; het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is; toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6:2 APV Nuenen; andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is f. bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd, of ander bouwwerk met een dak (artikel 1, bijlage II Bor). De volgende vormen van een bijbehorend bouwwerk kunnen bijvoorbeeld worden onderscheiden: - aanbouw: een uitbreiding van het hoofdgebouw met een afzonderlijke ruimte, welke toegankelijk is vanuit het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht en maatvoering ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; - uitbouw: een uitbreiding van het hoofdgebouw door het vergroten van een bestaande ruimte, welke toegankelijk is vanuit het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht en maatvoering ondergeschikt is aan het hoofdgebouw: - bijgebouw: een vrijstaand of een aan het hoofdgebouw gebouwd gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw (zoals een garage, bergruimte of hobbyruimte); - overkapping: bouwwerk, niet zijnde een gebouw, met een dakvlak en met maximaal één gesloten – al dan niet eigen - wand; Bijbehorende bouwwerken zijn wat betreft de bouw- en goothoogte ondergeschikt aan een hoofdgebouw. g. bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct hetzij indirect steun vindt in of op de grond. h. escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend i. evenement: een activiteit in de openlucht dan wel in al dan niet tijdelijke tenten of paviljoens, gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek voor informerende, educatieve, toeristisch-recreatieve, commerciële, sociale, culturele en/of levensbeschouwelijke doeleinden, alsmede (week)markten, kermissen, braderieën en festivals of daarmee te vergelijken evenementen. j. exploitant: de natuurlijke persoon of personen of rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of escortbedrijf exploiteert of exploiteren en de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke persoon of personen k. gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden (twee of meer) omsloten ruimte vormt; l. hoofdgebouw: een gebouw, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meerdere gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkste is, exclusief bijbehorende bouwwerken en niet zijnde vrijstaande bijgebouwen (artikel 1, bijlage II Bor); m. huishouden een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijk huishouden voeren. Met een huishouden wordt gelijk gesteld: de huisvesting van maximaal 4 personen in onzelfstandige wooneenheden (kamerverhuur); tijdelijke huisvesting in de vorm van logies aan maximaal 6 arbeidsmigranten; de huisvesting van maximaal 8 ouderen, al dan niet met inbegrip van begeleiding en toezicht; de huisvesting van maximaal 8 personen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, een psychiatrisch ziektebeeld of psychosociale problemen dan wel de huisvesting van maximaal 8 personen die tijdelijke opvang behoeven, al dan niet met inbegrip van begeleiding en toezicht, dit alles gericht op zelfstandige bewoning. n. mantelzorg: het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband; o. lichtkoepel / lichtstraat: een ondergeschikte, transparante dakopbouw bij platte of flauw hellende daken. De hoogte bedraagt maximaal 0,50m ten opzichte van het dakvlak en de dakopbouw is op minimaal 0,50m van de betreffende dakranden gesitueerd danwel grenzend aan de dakrand die direct verbonden is met het hoofdgebouw; p. ondergeschikte bouwdelen: bouwdelen die qua aard en omvang ondergeschikt zijn aan het bijbehorende gebouw, zoals bijvoorbeeld schoorstenen, dakoverstekken, brandtrappen, liftschachten, balkonhekken en luifels; q. pergola een open constructie in de tuin, waarlangs planten kunnen groeien en niet is voorzien van een dak. Een pergola kan steunen aan het hoofdgebouw of een bijbehorend bouwwerk; r. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; s. prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; t. seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of vertoning van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een (raam)prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; u. sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd v. voorgevelrooilijn: voorgevelrooilijn als bedoeld in het bestemmingsplan of de beheersverordening; voorzover in het bestemmingsplan geen voorgevelrooilijn is aangegeven: langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft; van een hoofdgebouw gelegen op de hoek van twee straten moeten beide gevels van het hoofdgebouw gelegen aan de straatkant gezien worden als voorgevel: in dat geval zijn er dus twee voorgevelrooilijnen; langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a. bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd: bij een wegbreedte van ten minste 10 m, de lijn gelegen op 15 m uit de as van de weg; bij een wegbreedte geringer dan 10 m, de lijn gelegen op 10 m uit de as van de weg; een hoofdgebouw op een hoekperceel kan meerdere voorgevelrooilijnen hebben. w. voorgevel een naar de ontsluitende weg c.q. het ontsluitende voetpad gekeerd gevelvlak. Een hoofdgebouw kan maar één voorgevel hebben; x. woning een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één huishouden. y. wooneenheid een (deel) van een gebouw geschikt ten behoeve van wonen, waarin een zelfstandig huishouden kan worden gevoerd doordat elke eenheid beschikt over de daartoe strekkende voorzieningen, zoals sanitair en kookgelegenheid;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel