Van de ontheffingsmogelijkheid op grond van artikel 4 lid 4 van de Drank- en Horecawet maakt de burgemeester slechts gebruik in het geval van de alcoholschenktijden (art. 2:34b leden 1a, 1b, 1c en 2 Apv) en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet, of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn (art. 2:34b lid 3 Apv) en alleen bij bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard en voor een aaneengesloten periode van maximaal 12 dagen per jaar.