Naar hoofdinhoud
1. De belastingplichtige voor: a. de onroerende-zaakbelastingen; b. de forensenbelasting; c. de toeristenbelasting; d. de rioolrechten; aan wie niet binnen 13 weken na afloop van het belastingjaar of kalenderjaar een aangiftebiljet is uitgereikt of een aanslag is opgelegd, is gehouden binnen een maand na het verstrijken van die dertien weken bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar een schriftelijk verzoek in te dienen om uitreiking van een aangiftebiljet. 2. Als formulier van het aangiftebiljet onroerende-zaakbelastingen wordt vastgesteld het formulier dat in overeenstemming is met het in bijlage OZB1 opgenomen model. 3. Als formulieren van aangiftebiljetten voor toeristische heffingen worden vastgesteld de formulieren welke in overeenstemming zijn met de in bijlage TH1 tot en met TH6 opgenomen modellen . 4. Als formulier van het aangiftebiljet rioolrechten wordt vastgesteld het formulier dat in overeenstemming is met het in bijlage RR1 opgenomen model. 5. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 8 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen dienen de in het aangiftebiljet gevraagde gegevens duidelijk, stellig en zonder voorbehoud te worden ingevuld. Het aangiftebiljet wordt ondertekend en met de daarbij gevraagde bescheiden ingeleverd of toegezonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel