De aanwezigheid van kabels en/of leidingen in of op openbare
gronden, voor zover deze zijn gemeld of aangevraagd en aangelegd
met toepassing van verleende vergunningen of andere
rechtsgeldige overeenkomsten of andere schriftelijke afspraken
met de gemeente, wordt door inwerkingtreding van deze
verordening beheerst door de regels daarvan.
Vergunningen en ontheffingen op grond van de Algemene
Plaatselijke Verordening en instemmingsbesluiten op grond van de
Telecommunicatieverordening met betrekking tot kabels en
leidingen als bedoeld in deze verordening, gelden als besluiten
genomen krachtens deze verordening (AVOI) en blijven ook na de
inwerkingtreding van deze verordening gelden.
Op aanvragen, als bedoeld in het eerste lid, waarop bij de
inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt
met toepassing van deze verordening een beslissing genomen.
Hoofdstuk
Artikel 21.
Overgangsbepalingen
Onderdeel van Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren - AVOI