Het college stelt ter uitvoering van deze verordening nadere
regels vast.
Deze nadere regels hebben in ieder geval betrekking op:
a de wijze van uitvoering bij de aanleg , onderhoud, verplaatsing en
opruiming van kabels en/of leidingen
b. het bevorderen van het meetgebruik van voorzieningen;
c. het opstellen van voorschriften op het gebied van markering en
afzetting;
d. het toepassen van proefsleuven.
Hoofdstuk
Artikel 3.
Nadere regels
Onderdeel van Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren - AVOI