Artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (de wet) geeft aan wat het voorwerp van belastingheffing is:
''Elke gemeente kan ter bestrijding van de kosten die voor haar verbonden zijn aan het beheer van huishoudelijke afvalstoffen een heffing instellen, waaraan kunnen worden onderworpen degenen die, al dan niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht, feitelijk gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.''
Een begripsomschrijving ten aanzien van het begrip “perceel” is niet in de wet opgenomen. Jurisprudentie is daardoor richtinggevend.
Afvalstoffenheffing wordt op grond van de verordening afvalstoffenheffing geheven van:
1. degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:
a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;
b. degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan, ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan
Artikel 1
Wettelijke grondslagen belastingheffing
Onderdeel van beleidsregels heffing afvalstoffenheffing van wooneenheden en niet zelfstandige gedeelten