In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
a. Aanbouw: een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw door de vorm kan worden onderscheiden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
b. Achtererfgebied: erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 meter van de voorkant, van het hoofdgebouw;
c. Bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;
d. Bebouwde kom: de bebouwde kom, als bedoeld in artikel 1.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening De Wolden;
e. Bebouwingsoppervlak: gezamenlijke oppervlakte van de bebouwing;
f. Bestaand gebruik: het gebruik, incl. overgangsrecht, dat op grond van het bestemmingsplan is toegelaten;
g. Bijgebouw: een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm kan worden onderscheiden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
h. Bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het bestemmingsplan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
i. Dakkapel: een uitspringend venster dat rondom is voorzien van een dakvlak;
j. Dakopbouw: een toegevoegde, gehele of gedeeltelijke bouwlaag op een gebouw, gelegen boven de goot;
k. Erf: al dan niet bebouwd perceel, of gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden;
l. Hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meerdere gebouwen op het preceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;
m. Openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1 lid 1 onder b van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen voor langzaam verkeer;
n. Openbare weg: weg als bedoeld in artikel 1 lid 1 onder b van de Wegenverkeerswet 1994;
o. Overkapping stand-alone: een vrijstaand bouwwerk geen gebouw zijnde, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte constructie vormt met maximaal één wand;
p. Overkapping aangebouwd: een bouwwerk geen gebouw zijnde, verbonden met een gebouw dat een voor mensen toegankelijke, overdekte constructie vormt welke hooguit aan twee zijden tegen gevels is aangebouwd en aan minimaal twee zijden open is;
q. Uitbouw: een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm kan worden onderscheiden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
r. Uitbreiding: een aan- of uitbouw aan een hoofdgebouw;
s. Voorerfgebied: erf geen onderdeel is van het achtererfgebied;
t. Woning: een gebouw of gedeelte van een gebouw, krachtens aard en indeling geschikt of bestemd voor de huisvesting van een huishouden.
Een bijbehorend bouwwerk
a. Een afwijking van het bestemmingsplan voor een bijbehorend bouwwerk binnen de bebouwde kom is mogelijk voor:
1. een aangebouwd bijgebouw, aan- of uitbouw bij een woning waarbij geldt dat:
a. het bouwwerk is gesitueerd op het achtererfgebied en;
b. het bouwwerk noodzakelijk is om sociaal-medische redenen en;
c. er wordt voldaan aan de bepalingen in het bestemmingsplan voor bijbehorende bouwwerken betreffende goothoogte, hoogte en ligging ten opzichte van de voorgevel van de woning en;
d. de oppervlakte aan aangebouwde bijgebouwen, aan- en uitbouwen (na realisatie van het bouwplan) is niet groter dan 80 m².
2. een bijbehorend bouwwerk bij andere gebouwen (geen woning)
Een afwijking van het bestemmingsplan is alleen mogelijk voor een bijbehorend bouwwerk van niet meer dan 100 m² mits:
a. het bouwwerk is gesitueerd op het achtererfgebied en;
b. het bebouwingsoppervlak op het bij het oorspronkelijke hoofdgebouw behorende achtererfgebied niet meer dan 50% van oppervlakte van dit gebied bedraagt en;
c. er voldoende parkeermogelijkheden blijven.
Voor de bovengenoemde categorieën (a1 t/m 2) geldt dat bij afwijking van het bestemmingsplan wordt gelet op: het bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van naburige percelen.
b. Een afwijking van het bestemmingsplan voor een bijbehorend bouwwerk buiten de bebouwde kom is mogelijk voor:
1. een bijbehorend bouwwerk bij een woning op het achtererfgebied dat voldoet aan de volgende kenmerken:
a. niet hoger dan 5 m en;
b. het bouwen niet tot gevolg heeft dat het aansluitend terrein voor meer dan 50% wordt bebouwd dan wel dat de oppervlakte die op grond van het bestemmingsplan voor bebouwing in aanmerking komt voor meer dan 50% wordt overschreden en;
c. de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 150 m² en;
d. de oppervlakte van het bij de woning behorende als tuin en erf ingerichte perceel meer dan 2.000 m² bedraagt, danwel de oppervlakte het aan de hand van een plan voor goede landschappelijke inpassing als tuin en erf in te richten perceel meer dan 2.000 m² bedraagt.
2. een bijbehorend bouwwerk bij andere gebouwen (geen woning)
Een afwijking van het bestemmingsplan is alleen mogelijk voor een bijbehorend bouwwerk op het achtererfgebied van niet meer dan 150 m² mits:
a. het bebouwingsoppervlak op het bij het oorspronkelijke hoofdgebouw behorende achtererfgebied op niet meer dan 50% van oppervlakte van dit gebied uitkomt en;
b. de oppervlakte die op grond van het bestemmingsplan voor bebouwing in aanmerking komt met niet meer dan 50% wordt overschreden en;
c. er voldoende parkeermogelijkheden blijven.
Voor alle bovengenoemde categorieën (b1 t/m 2) geldt dat bij afwijking van het bestemmingsplan wordt gelet op: het bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid, sociale veiligheid, de gebruiksmogelijkheden van naburige percelen en passendheid bouwvorm.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1
Algemene bepalingen
Onderdeel van Beleidsregels Planologische Afwijkingsmogelijkheden gemeente De Wolden