a. lichtmasten behorende bij een paardrijbak tot een hoogte van 10 m mits:
1. de paardrijbak landschappelijk voldoende is ingepast;
2. de verkeersveiligheid niet in het gedrang komt;
3. geen onevenredige hinder wordt veroorzaakt voor omwonenden.
b. overkappingen stand-alone of aangebouwd mits:
1. het bouwwerk is gesitueerd op het achtererf;
2. de overkapping niet hoger is dan 3,25 meter met dien verstande dat een aangebouwde overkapping tevens niet hoger mag zijn dan de bebouwing waar de overkapping tegenaan wordt gebouwd
3. de oppervlakte niet groter is dan 30 m².
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Onderdeel van Beleidsregels Planologische Afwijkingsmogelijkheden gemeente De Wolden