De werkgever die met een persoon als bedoeld in artikel 2 lid a uit de doelgroep een arbeidsovereenkomst aangaat, kan een vergoeding worden verleend ter compensatie van de ontbrekende loonwaarde. Maatstaf voor berekening van de vergoeding is het minimumloon op 1 januari van het jaar waarin de arbeidsovereenkomst wordt aangegaan, verhoogd met een toeslag voor vakantie-uitkering van 8% en met daar bovenop een toeslag voor werkgeverslasten van 20%. Het gevonden bedrag wordt afgerond op een eenheid van € 10,00.
De vergoeding als bedoeld in het eerste lid gaat in na een, voor de aanvrager kosteloze, periode van proefplaatsing van ten hoogste 3 maanden.
Indien sprake is van een deeltijdfunctie, wordt de vergoeding naar rato toegekend. Een fulltime baan telt 40 uur per week, tenzij anders is bepaald in de van toepassing zijnde CAO.
De loonwaarde van de werknemer wordt bepaald door de gemeente via een objectieve methodiek. Maatstaf voor de waardering vormen de verwachte prestaties in de nieuw aangeboden functie. Zowel aanvrager, werknemer als de bemiddelende organisatie kunnen een bijdrage leveren in de meting van de loonwaarde.
Op basis van de vaststelling van de loonwaarde als bedoeld in het voorgaande lid, wordt de werknemer die daarvoor in aanmerking komt en afkomstig is uit de doelgroep als omschreven in artikel 2 onder a, gerangschikt binnen de volgende categorie-indeling:
categorie
vastgestelde loonwaarde
uitgedrukt in %
vergoedingsgrondslag
in % van het minimumloon
A
80% - <100%
10%
B
60% - <80%
20%
C
40% - < 60%
40%
De periode van aanvulling loonwaarde voor de doelgroep omschreven in artikel 2a is gekoppeld aan de duur van de arbeidsovereenkomst, tot een maximale vergoedingsduur van 12 maanden.
Een doorlopende of een aansluitende arbeidsverhouding of een nieuwe arbeidsovereenkomst binnen 12 maanden na afloop van een beëindigde arbeidsverhouding met dezelfde werknemer, leidt in kader van deze regeling niet tot financiële aanspraken voor de werkgever.
De aanvrager kan tijdens de looptijd van de arbeidsovereenkomst waarop deze regeling wordt toegepast, een verzoek indienen bij het college tot herbeoordeling van de loonwaarde. Indien de uitkomsten hiervan naar oordeel van het college daartoe aanleiding geven, kan worden afgeweken van de vergoedingsbedragen en/of termijnen gebaseerd op de voorgaande leden 5 en 6.
Op basis van de vaststelling loonwaarde als bedoeld in lid 4 van dit artikel, wordt de werknemer die daarvoor in aanmerking komt en afkomstig is uit de doelgroep als bedoeld in de artikel 2 onder b en onder c, gerangschikt in een hierna omschreven categorie-indeling. De rangschikking is gekoppeld aan een vergoeding voor ontbrekende loonwaarde met als berekeningsgrondslag het minimumloon.
categorie
vastgestelde loonwaarde
uitgedrukt in %
vergoedingsgrondslag
in % van het minimumloon
A1
90% - <100%
5%
A2
80% - <90%
15%
B1
70% - <80%
25%
B2
60% - <70%
35%
C1
50% - <60%
45%
C2
40% - <50%
55%
D1
30% - <40%
65%
D2
20% - <30%
75%
10.Bij een meerjarige periode van vergoeding van ontbrekende loonwaarde op grond van het vorige lid, vindt minimaal één keer per jaar herijking plaats van de loonwaarde. Waar mogelijk maakt deze herijking onderdeel uit van het wettelijke begeleidingstraject Wsw/begeleid werken.
Hoofdstuk
Artikel 5
Vaststellen aanvulling loonwaarde
Onderdeel van Beleidsregel stimuleren werkbemiddeling 2014