Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 9

Eisen liggende gedenktekens

Onderdeel van Uitvoeringsvoorschriften gemeentelijke begraafplaatsen

1. Liggende gedenktekens dienen te voldoen aan de volgende afmetingen: a. indien geplaatst op een particulier graf: 1. de hoogte boven het maaiveld dient aan de voorkant niet meer te bedragen dan  0.20m en aan de achterkant niet meer dan 0.40m; 2. de breedte dient niet meer te bedragen dan 0.90m; 3. de lengte dient niet meer te bedragen dan 2.00m; b. indien geplaatst op een particulier urnengraf: 1. de hoogte boven het maaiveld dient niet meer te bedragen dan 0.20m; 2. de breedte en lengte dienen niet meer te bedragen dan 0.50m en niet minder dan 0.30m; c. indien geplaatst op een particulier kindergraf: 1. de hoogte boven het maaiveld dient niet meer te bedragen dan 0.20m; 2. de breedte dient niet meer te bedragen dan 0.60m en niet minder dan 0.40m; 3. de lengte dient niet meer te bedragen dan 1.20m en niet minder dan 1.00m; 2. Gedenktekens voor dubbele graven mogen maximaal twee keer zo breed zijn als de maximaal toegestane breedte van een gedenkteken voor een enkel graf. 3. Bijzondere afmeting De afmetingen voor liggende gedenktekens van de graven in vak E van de begraafplaats te Ruinen dienen te voldoen aan: 1. de hoogte boven het maaiveld dient aan de voorkant niet meer te bedragen dan 0.20m en aan de achterkant niet meer dan 0.40m; 2. de breedte dient niet meer te bedragen dan 0.80m; 3. de lengte dient niet meer te bedragen dan 1.90m;

Rechtspraak bij dit artikel