Naar hoofdinhoud
1.. Bij ontslagverlening op grond van artikel 8:3 van de ARG aan een ambtenaar die geen recht heeft op een re-integratiefase omdat diens dienstverband bij de gemeente Den Haag minder dan twee jaar bedraagt, wordt een opzeggingstermijn van twee maanden in acht genomen. [Gewijzigd m.i.v. 1 januari 2014. Zie de toelichting in het toegevoegde wijzigngsbesluit] 1e lid: als onverhoopt interne re-integratie niet is gelukt, en de ambtenaar ook niet inmiddels zelf de gemeente heeft verlaten, wordt ontslag wegens reorganisatie verleend. Er geldt geen opzegtermijn aangezien het ontslagbesluit al bij aanvang van de re-integratiefase is verzonden of uitgereikt en de re-integratiefase gebonden is aan een vaste termijn. Uit artikel 8:3 van de ARG volgt dat reorganisatieontslag ook gedeeltelijk kan plaatsvinden. Dat wil zeggen dat aan de ambtenaar voor een deel van zijn arbeidsduur ontslag kan worden verleend. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen als de ambtenaar twee functies vervult en voor één daarvan als boventallig is aangemerkt. Of als de ambtenaar om formatietechnische redenen slechts voor een deel van zijn arbeidsduur geplaatst kan worden in een ongewijzigde functie; als de ambtenaar voor het resterende urenaantal is aangewezen als re-integratiekandidaat en plaatsing in een andere functie vervolgens niet kan worden gerealiseerd, kan aan hem voor dat deel reorganisatieontslag worden verleend. Er wordt geen gedeeltelijk reorganisatieontslag verleend als het desbetreffende urenaantal lager is dan het aantal uren verlies van arbeid dat minimaal is vereist voor aanspraak op een werkloosheidsuitkering (artikel 16 Werkloosheidswet). Het ontslagbesluit is al afgegeven aan het begin van de re-integratiefase met de mogelijkheid van het maken van bezwaar binnen de wettelijke termijn. Ten tijde van de inwerkingtreding van het ontslag (na de re-integratiefase) staat de mogelijkheid van bezwaar waarschijnlijk niet meer open vanwege het verlopen van de wettelijke termijn. Als de betrokken ambtenaar echter meent dat het reorganisatieontslag ten onrechte in werking treedt omdat naar zijn oordeel de werkgever de afspraken met betrekking tot re-integratie niet is nagekomen, dan kan hij verzoeken om verlenging van de re-integratiefase (artikel 10d:7 van de ARG). De afwijzing van het verzoek is een besluit waartegen hij bezwaar kan maken. Het maken van bezwaar schort de werking van het ontslagbesluit niet op, overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht. Als er geen sprake is van een re-integratiefase omdat niet voldaan is aan de vereiste minimale diensttijd van twee jaar; liggen de besluitdatum en de inwerkingtreding daarvan in de tijd dicht bij elkaar. 2e lid: de medewerker die boventallig is en minder dan 2 jaar in dienst is van de gemeente kan worden ontslagen wegens reorganisatie zonder dat er een re-integratiefase plaatsvindt (conform CAR UWO). In dat geval ligt het in de rede om een opzeggingstermijn te hanteren, gesteld op twee maanden (geen kalendermaanden).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel