Naar hoofdinhoud
De hoogte van het terug te vorderen bedrag als bedoeld in artikel 4.9 eerste lid van de verordening, wordt als volgt bepaald: de waarde van de woning op het moment van verkoop wordt verminderd met de getaxeerde waarde van de woning als ware het dat de woonvoorziening niet was verleend; de onder a verkregen uitkomst wordt verminderd met het totale eigen aandeel dat voor rekening van de woningeigenaar is gekomen en, voor zover deze positief is, verminderd met 10% voor elk jaar dat is verstreken sinds de in artikel 4.9 eerste lid van de verordening genoemde gereedmelding van de voorziening. De eigenaar-bewoner als bedoeld in artikel 4.9 van de verordening is verplicht om het college voor het passeren van de akte van eigendomsoverdracht op de hoogte te stellen van de verkoop.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel