De voorzitter zorgt voor de handhaving van de orde in de
vergadering en is bevoegd, wanneer de orde op enigerlei
wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig
andere toehoorders te doen vertrekken.
Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op
andere wijze verstoren van de orde is verboden.
Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de
vergadering verstoren voor ten hoogste drie maanden de
toegang tot de vergadering te ontzeggen.
De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering
voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
sluiten.
Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
tenzij:
de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van
deze verordening te herinneren;
een andere vertegenwoordiger hem interrumpeert. De
voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere
interrupties zijn betoog zal afronden.
Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke
uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling
zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk
interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt
hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de
spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem
gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over
het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.
De voorzitter kan een vergadering voorstellen aan een
vertegenwoordiger die door zijn gedragingen de geregelde
gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de
vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet
beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat de
vertegenwoordiger de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet
de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag
kan de vertegenwoordiger bovendien voor ten hoogste drie
vergaderingen de toegang tot de vergadering worden
ontzegd.
Hoofdstuk 5 › Paragraaf 2
Artikel 18
Handhaving orde; schorsing
Onderdeel van Verordening op de raadsvoorbereiding 2014