**1..** Een burgerlid dient in handen van de raadsvoorzitter in een
voorbereidende vergadering de volgende eed of de verklaring en belofte
af te leggen:
Ik zweer (verklaar) dat ik, om als burgerlid te kunnen optreden,
rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook,
enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en
beloof) dat ik, om iets in deze functie te doen of te laten,
rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb
aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn
aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten
als burgerlid naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij
God Almachtig (Dat verklaar en beloof ik)
**2..** Uit een fractie getreden raadsleden, een groep, kunnen geen
burgerleden hebben.