Een lid van de raad, een wethouder of de burgemeester die
door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen
bestuur van een openbaar lichaam of van een ander
gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet
gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht verslag te
doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan
de orde zijn.
Wanneer een vertegenwoordiger of de voorzitter een persoon
als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te
roepen of van hem inlichtingen wil ontvangen over
ontwikkelingen bij het openbaar lichaam, wordt deze persoon
door de voorzitter uitgenodigd voor de vergadering.
Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere
organisaties of instituties waarin de raad één van zijn
leden heeft benoemd en op de rechtspersonen waarvan de
gemeente aandeelhouder is en vertegenwoordigd wordt door de
burgemeester of door een door hem gemandateerde.
Hoofdstuk 5
Artikel 20
Verslag; verantwoording
Onderdeel van Verordening op de raadsvoorbereiding 2014