De voorzitter zendt ten minste 10 dagen vóór een vergadering de
vertegenwoordigers een oproep onder vermelding van de dag, het
tijdstip en de plaats van de vergadering.
De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de
Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de oproep
verzonden.
Een aanvullende agenda met de daarop vermelde voorstellen worden zo
spoedig mogelijk vóór aanvang van de vergadering verstuurd.