**1..** In het kader van brandpreventie gelden de volgende regels:
elektrische gloeilampen dienen zo te worden gemonteerd dat zij niet in aanraking kunnen komen met gemakkelijk brandbare stoffen;
losse kabels moeten zich op een hoogte van tenminste 2,5 meter boven de grond bevinden of, als zij in de looppaden op de grond liggen, afgedekt worden met afdekmatten, zulks ter goedkeuring van de marktmeester;
bij elke gelegenheid waar gebakken of gebraden wordt moet een doelmatig blusapparaat alsmede een deksel voor afsluiting van de pan(nen) aanwezig zijn (bijvoorbeeld een koolzuursneeuwblusser met een vulling van tenminste 4 kg. of een poederblusser met een vulling van tenminste 6 kg.);
een gaskomfoor of een elektrisch komfoor moet zijn opgesteld op een plaats van onbrandbaar materiaal dat de warmte slecht geleid;
een gaskomfoor moet door middel van een speciaal daarvoor geconstrueerde rubberslang met metalen klemmen of koppelingen aan de gasfles(sen) zijn verbonden;
lege of niet in gebruik zijnde gasflessen moeten buiten een kraam of wagen zijn opgesteld;
emballage en verpakkingsmateriaal mag niet in of nabij open vuur aanwezig zijn. In gebruik zijnde gasflessen moeten op een goed geventileerde plaats zijn opgesteld:
ballons met brandbaar gas gevuld, mogen niet aanwezig zijn;
het gebruik van LPG anders dan brandstof voor motorvoertuigen is alleen toegestaan indien zij voldoet aan de NPR 2577:2006 nl (Mobiele verwarmingssystemen - Eisen voor de installatie van LPG-systemen voor gebruik in vrijetijdsvoertuigen, caravans, bakwagens en andere voertuigen);
Gasflessen moeten voldoen aan de voorschriften 6.2.3, 6.2.10 en 6.2.14 van de (Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen) PGS 15 (basis Ministeriële Regeling bij Activiteitenbesluit artikel 4.4a, 6e lid).
**2..** Het gebruik van kook- en bakinstallaties en van verwarmingstoestellen is alleen toegestaan na goedkeuring door het college.