De gemeente De Wolden ligt landschappelijk gezien op het overgangsgebied van het Drents Plateau naar het Vechtdal. De ruimtelijke hoofdstructuur van de gemeente De Wolden wordt aan de noordgrens bepaald door het aangrenzende Nationaal Park Dwingelderveld en in het zuiden door het riviertje de Reest, dat tevens de gemeente- en provinciegrens vormt. Daarnaast wordt de gemeente doorsneden door de beek Wold Aa en de Hoogeveensche Vaart.
Direct ten zuiden van de Hoogeveensche Vaart ligt de autosnelweg A28 die de gemeente grofweg in tweeën deelt. De steden Meppel en Hoogeveen liggen direct ten westen en oosten van de gemeente De Wolden en bepalen hierdoor ook sterk het karakter van De Wolden.
Binnen de gemeente is sprake van vier landschapstypen die elk een eigen karakter en ontstaansgeschiedenis kennen:
- Het esdorpenlandschap, dat vooral rond Ruinen en Ansen, nabij De Wijk en rond Zuidwolde voorkomt, is het oudste landschap. Sinds de vroege Middeleeuwen werden de flanken van de beekdalen bewoond. Naast enige sporen van prehistorische vestiging is dit de oudste bewoning op het Drents Plateau. Kenmerkend voor dit gebied zijn de historische boerderijen, de essen en zandkoppen.
- Het veenontginningslandschap is vanaf circa 1600 ontstaan rond Ruinerwold en Koekange. De karakteristieke kenmerken van dit landschap zijn de ontginningsassen, langgerekte lintdorpen met karakteristieke bebouwing, wegbeplanting, de grote (half)open weidegebieden en de smalle, langgerekte verkaveling. Zeer karakteristiek is het dubbellint van Ruinerwold-Oosteinde dat van grote cultuurhistorische waarde is.
- Het veldontginningslandschap, dat grofweg ligt tussen de kern Ruinen en het Reestdal en ten oosten van de kern Zuidwolde, is in de tweede helft van de negentiende eeuw ontstaan toen de uitvinding van de kunstmest de woestegronden overbodig maakte. De veldontginningen worden gekenmerkt door een verdeling in grote blokken die in verschillende richtingen zijn verkaveld, afhankelijk van de waterhuishouding in brede of smallere stroken. Slechte gronden en hoeken zijn bebost. Jonge veldontginningen zijn overwegend open en kennen een rechtlijnig patroon van wegen en waterlopen.
- Het veenkoloniale landschap, dat rond Alteveer en Kerkenveld ligt, is in de zeventiende eeuw ontstaan met de ontginning van het hoogveengebied. In 1633 kwam de door het dal van het Oude Diep gelegen Hoogeveensche Vaart gereed, welke voor een groot deel zorgde voor de afvoer van de turf. Kenmerkend is een regelmatige blokkenstructuur van diepen, wijken en wegen. Na 1955, toen het transport over land steeds belangrijker werd, zijn veel van deze wijken en diepen gedempt en omgevormd tot wegen.
De genoemde landschappen bepalen het karakter van de gemeente en zijn richtinggevend voor het ruimtelijk beleid. Bepaalde delen kennen een hoge mate van bescherming terwijl in andere delen van de gemeente vrijheid in ontwikkeling bestaat.