Naar hoofdinhoud

Artikel 1.2

Landelijke ontwikkelingen

Onderdeel van Handhavingsbeleid kinderopvang en peuterspeelzaalwerk De Wolden 2012

De volgende twee wetswijzigingen maken aanpassing van het lokale handhavingsbeleid noodzakelijk: 1. Wijziging Wet kinderopvang per 1 januari 2010 De wetswijziging per 1 januari 2010 is voornamelijk gericht op het beheersbaar maken van de gastouderopvang en een betere melding en registratie van centra voor kinderopvang. Tot 2010 werden alleen de gastouderbureaus en niet de gastouders geïnspecteerd. Een belangrijke wijziging is dat de gastouders in 2010 onderwerp van inspectie door de GGD en handhaving door de gemeente geworden zijn. Van elke gastouder wordt besloten of deze al dan niet wordt opgenomen in het kinderopvangregister. Deze beslissing wordt genomen op basis van een aantal kwaliteitseisen waaraan de gastouder (afdeling 3, Wko) moet voldoen. Daarnaast is het Landelijk Register Kinderopvang (hierna: LRK) geïntroduceerd in 2010. Tot 2010 waren gemeenten verplicht om lokale registers bij te houden. Om de relatie met de belastingdienst (in verband met de kinderopvangtoeslag) te verbeteren en de kwaliteit van de informatie gelijk te trekken, is de landelijke applicatie voor het LRK ontwikkeld waarin gemeenten het register moeten bijhouden. 2. Invoering wet OKE per 1 augustus 2010 Per 1 augustus 2010 is de wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (hierna: wet OKE) in werking getreden. Het doel van de wet OKE is om de taalontwikkeling van jonge kinderen te stimuleren en de kwaliteitseisen van de peuterspeelzalen te verbeteren. De eerste maatregel is een kwaliteitsimpuls voor peuterspeelzalen door de wet- en regelgeving over peuterspeelzalen te harmoniseren (dat wil zeggen: meer op één lijn te brengen) met de kinderdagverblijven. De tweede maatregel is dat peuterspeelzalen financieel toegankelijk blijven. Ten derde regelt de wet OKE dat gemeenten een breder en beter aanbod van voorschoolse educatie aanbieden, zowel in peuterspeelzalen als in kinderdagverblijven. Om deze onderdelen te realiseren heeft de wet OKE gezorgd voor aanpassing van meerdere wetten. De Wet Kinderopvang is hier één van. Aan deze wet wordt een artikel over de kwaliteitseisen voor peuterspeelzalen toegevoegd. Net als bij de kinderopvang zijn de eisen verder uitgewerkt in aanvullende beleidsregels. Op basis van de Wet wordt toezicht en handhaving op de peuterspeelzalen op dezelfde manier geregeld als binnen de kinderopvang. Per 1 augustus 2010 is de nieuwe citeertitel van de Wet dan ook ‘Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen’. De verwachting is dat met de wijzigingen in 2010 het einde nog niet bereikt is. De toekomst van het toezicht op gastouders is nog onduidelijk. Daarnaast wordt er ook gesproken over een mogelijke aanpassing van toetsingscriteria binnen de kinderopvang. Met deze ontwikkelingen in gedachten is het handhavingsbeleid kinderopvang en peuterspeelzalen zo min mogelijk dichtgetimmerd. Er wordt ingespeeld op de meest recente wetswijzigingen en aanpassingen op de landelijke beleidsregels. De kaders waarbinnen dit lokaal opgepakt wordt zijn wel vastgelegd in het handhavingsbeleid.

Rechtspraak bij dit artikel