Naar hoofdinhoud

Artikel 3.2

Afspraken GGD-Drenthe en de Drentse gemeenten

Onderdeel van Handhavingsbeleid kinderopvang en peuterspeelzaalwerk De Wolden 2012

De Drentse gemeenten hebben met de GGD afspraken op regionaal niveau vastgelegd over de uitvoering van het toezicht. 3.2.1 Taken GGD 1. De GGD levert aan de gemeenten aan het begin van het jaar een globale planning en per kwartaal een overzicht van uitgevoerde inspecties. Aan het eind van het jaar vindt per gemeente een evaluatiegesprek plaats. 2. Binnen zes weken na onvangst van de aanvraag tot registratie rondt de GGD de eerste inspectie van een nieuw kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang, gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang of peuterspeelzaal af en beoordeelt of de houder redelijkerwijs in exploitatie mag gaan. Op basis van dit onderzoek besluit het college van burgemeester en wethouders binnen tien weken na de aanvraag of de voorziening wel of niet wordt opgenomen in het LRK. Binnen drie maanden na exploitatie vindt een reguliere inspectie plaats. 3. De reguliere inspectie vindt jaarlijks plaats. Op basis van landelijke afspraken worden jaarlijks Drenthebreed afspraken gemaakt over de uitvoering van het toezicht. 4. De GGD voert de inspecties uit via de landelijke uniforme procedure. 5. De GGD maakt gebruik van landelijke inspectie-instrumenten (inclusief format rapportage), opgenomen in een ‘handboek kinderopvang’. Dit handboek is in te zien op www.ggdkennisnet.nl. 6. De GGD heeft na afronding van een inspectie zes weken de tijd om een conceptrapport op te stellen. De GGD stuurt uiterlijk zes weken na de inspectie het conceptrapport naar de houder. De houder heeft twee weken de tijd (hoor en wederhoor) om op het conceptrapport te reageren en eventueel, indien er een blijvend verschil van mening blijft bestaan, zijn of haar zienswijze te formuleren en op te sturen naar de GGD. De GGDinspecteur past eventueel het rapport aan en voegt bij een verschil van mening de zienswijze van de houder als bijlage bij het rapport en stuurt het naar de gemeente en naar de houder. De houder informeert de oudercommissie. 7. De geconstateerde overtredingen die in aanmerking komen voor overleg en overreding (zie verder bij 3.3) worden aan het einde van de inspectie dan wel zo spoedig mogelijk daarna aangegeven bij de houder. De gemeente en de GGD hebben hiervoor de overeenkomst ‘overleg en overreding’ ondertekend. De houder heeft dan maximaal zes weken de tijd (dit is de tijd die de inspecteur heeft om het conceptrapport op te stellen) om de overtreding te verhelpen. Wanneer de overtreding binnen de gestelde termijn is opgelost wordt dit in het definitieve rapport vermeld. Wanneer de overtreding niet binnen de gestelde termijn is opgelost, wordt dit als een verzwarende omstandigheid in het rapport vermeld. 8. De inspecteur kinderopvang van de GGD adviseert de gemeente naar aanleiding van een inspectie om wel of niet te handhaven en om eventueel af te wijken van het handhavingsbeleid van de gemeente. 9. De GGD voert herinspecties uit binnen de door de gemeente gestelde termijn en rapporteert de bevindingen aan de gemeente en aan de houder. De houder moet de oudercommissie informeren. 10. De GGD-inspecteur kan bij levensbedreigende situaties een schriftelijk bevel afgeven en informeert de gemeente bij voorkeur dezelfde dag of uiterlijk de dag na het afgeven van het bevel telefonisch, zo spoedig mogelijk gevolgd door een schriftelijke bevestiging. 11. Wanneer de GGD signalen opvangt over slecht functionerende voorzieningen voor kinderopvang of niet geregistreerde kinderopvang geeft zij deze door aan de gemeente. 3.2.2 Taken gemeente 1. De gemeente verwerkt de aanvragen tot registratie van kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang, gastouderbureaus, voorzieningen voor gastouderopvang en peuterspeelzalen in het LRK. 2. De gemeente stuurt de aanvraagformulieren zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen veertien dagen na de datum van ontvangst van de aanvraag voor advies door naar de GGD. 3. De gemeente neemt binnen tien weken na ontvangst van de aanvraag op basis van het advies van de GGD een besluit op de aanvraag. 4. De gemeente verwerkt de wijzigingen van de gegevens van de bestaande kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang, gastouderbureaus, voorzieningen en peuterspeelzalen van gastouderopvang in het LRK. 5. De gemeente bevestigt de wijzigingen met rechtsgevolgen (wijzigingen van opvang locatie, naam houder, aantal kindplaatsen) met een beschikking. De overige wijzigingen worden bevestigd met een bevestigingsbrief. 6. De gemeente informeert de GGD over de gekozen niveaus en de prioritering van het handhavingsbeleid kinderopvang (afwegingsmodel). 7. Wanneer uit het inspectierapport van de GGD blijkt dat niet wordt voldaan aan één of meer kwaliteitseisen besluit de gemeente tot het starten van een handhavingsactie, waarbij voor iedere situatie een afzonderlijke afweging wordt gemaakt. De gemeente maakt vervolgens een keuze uit de wettelijke sanctiemogelijkheden (zie ook 4.2). 8. De gemeente informeert de GGD over de genomen handhavingsacties. Ook stelt de gemeente de GGD op de hoogte wanneer zij besluit het gegeven handhavingsadvies niet te volgen. 9. De gemeente zorgt voor het uploaden van de inspectierapporten van de GGD in het landelijk Register Kinderopvang. Het rapport wordt niet openbaar gemaakt als de aard of de omvang van het onderzoek zich tegen openbare rapportage verzetten. Denk hierbij aan een onderzoek na melding van seksueel misbruik. 10. De gemeente geeft signalen over slecht functionerende instellingen door aan de GGD en geeft de GGD eventueel opdracht voor inspectie. 11. De gemeente coördineert de samenwerking met andere lokale toezichthouders (brandweer, bouw- en woningtoezicht etc.). 12. Het opsporen van niet-geregistreerde kinderopvang valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. De gemeente hanteert geen actief opsporingsbeleid. 13. De gemeente wijst bij voorkeur één contactpersoon/contactfunctionaris aan waar de GGD contact mee heeft betreffende het toezicht kinderopvang. Tweemaal per jaar vindt een gezamenlijk overleg plaats bij de GGD Drenthe met de Drentse gemeenten en de inspecteurs.

Rechtspraak bij dit artikel