1.Voordat het college het programma en het overzicht vaststelt, worden de bevoegde
gezagsorganen in een overleg in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over
de voorgenomen inhoud van dat voorstel naar voren te brengen.
2.Het overleg als bedoeld in het eerste lid vindt plaats voor 15 september. De bevoegde
gezagsorganen worden ten minste twee weken vóór de door het college vastgestelde
datum schriftelijk in kennis gesteld van het tijdstip van het overleg en de voorgenomen
inhoud van het voorstel.
3.De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het overleg als bedoeld in het
eerste lid, kunnen vóór de in het tweede lid bedoelde datum hun zienswijze schriftelijk
kenbaar maken aan burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders
stellen de deelnemers aan het overleg hiervan in kennis.
4.Het college maakt een verslag van de in het overleg door de bevoegde gezagsorganen
naar voren gebrachte zienswijzen, van de tijdig ingediende, schriftelijk kenbaar
gemaakte zienswijzen en van de reactie van het college op deze zienswijzen.
Het verslag wordt toegezonden aan alle bevoegde gezagsorganen.
5.Een bevoegd gezag of college dat advies wenst van de Onderwijsraad over het
voorstel met betrekking tot de voorgenomen inhoud van het programma, in relatie
tot de vrijheid van richting en de vrijheid van inrichting, maakt dit kenbaar tijdens
het overleg als bedoeld in het eerste lid. Dit gebeurt aan de hand van een schriftelijk
gemotiveerde omschrijving van de onderwerpen waarover het advies van de Onderwijsraad
wordt verwacht.
Hierbij wordt tevens het verband aangegeven tussen deze onderwerpen en de vrijheid
van richting en de vrijheid van inrichting.
6.De bevoegde gezagsorganen en het college worden tijdens het overleg in de gelegenheid
gesteld hun zienswijzen naar voren te brengen over een verzoek om advies
van de Onderwijsraad. Het schriftelijke verzoek om advies en de daarover naar voren
gebrachte zienswijzen maken deel uit van het verslag van het overleg als bedoeld
in het vierde lid.
7.Het college is belast met de indiening van een verzoek om advies bij de Onderwijsraad.
Daarbij zorgt het college ervoor dat de Onderwijsraad alle stukken ontvangt die nodig
zijn voor de beoordeling van het verzoek, waaronder het schriftelijk verslag van
het overleg.
8.Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte advies wordt zo spoedig
mogelijk door het college toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen. Indien het
geheel of gedeeltelijk opvolgen van het advies van de Onderwijsraad zou leiden tot
één of meer inhoudelijke bijstellingen van de voorgenomen inhoud van het programma,
dan worden de bevoegde gezagsorganen door het college bij de toezending
van het afschrift van het advies uitgenodigd voor een nader overleg.
In alle andere gevallen beoordeelt het college of nader bestuurlijk overleg over het
advies van de Onderwijsraad noodzakelijk is. Het college geeft dit aan bij de toezending
van het afschrift van het advies van de Onderwijsraad.
9.Het nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt binnen twee weken plaats na
toezending van het advies van de Onderwijsraad aan de bevoegde gezagsorganen.
Het college maakt van dit overleg een verslag en voegt dit toe aan het verslag
als bedoeld in het vierde lid.
8
HOOFDSTUK 2. › Paragraaf 2.2
Artikel 10
Overleg programma en overzicht; advies Onderwijsraad
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Krimpen aan den IJssel