Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Slotbepaling

Onderdeel van Regeling brandveiligheid en hulpverlening

Deze regeling vervangt de Verordening betreffende de organisatie en het beheer van de gemeentelijke brandweer van de gemeente Hoogwoud van 10 juni 1975 en de Verordening organisatie en beheer brandweer van de gemeente Opmeer van 29 maart 1961. Deze regeling treedt in werking één dag na de dag van bekendmaking. Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling brandveiligheid en hulpverlening. Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouder, van 22 januari 2008 de secretaris, de heer F.G. de Jong de burgemeester, de heer G.J.A.M. Nijpels 3 TOELICHTING 3.1 ALGEMEEN Anders dan voorheen zijn de taken van de gemeentelijke brandweer geen statisch gegeven, maar maken zij deel uit van een dynamische kijk op brandveiligheid en hulpverlening waarin de samenwerking tussen de gemeentelijke brandweren en de regionale brandweer het vaste kader vormt. Het regionaal organisatieplan bevat dan ook de uitgangspunten die voor de gemeentelijke brandweren van toepassing zijn en die de basis vormen voor de gemeentelijke brandweerbeleidsplannen. Deze vormen de belangrijkste documenten waarin de organisatie, beleid, doelstellingen, taken van de gemeentelijke brandweren worden beschreven. Middels jaarlijkse werkplannen wordt, in een beleidscyclus van vier jaar, uitvoering gegeven aan het brandweerbeleidsplan. Hoewel de regeling Brandveiligheid en Hulpverlening daardoor een min of meer overbodig karakter krijgt, is vaststelling ervan nog steeds vereist volgens de Brandweerwet. In deze regeling is daarom zoveel mogelijk getracht het hierboven beschreven beleidsproces tot uitdrukking te laten komen. De structuur van de regeling is ontleend aan de door de VNG uitgebrachte modelverordening brandveiligheid en hulpverlening en nagelopen op wijzigingen vanuit de wet dualisering. In navolging van de VNG wordt met het vaststellen van de regeling beoogd dat gemeenten aangeven op welke wijze zij hun verantwoordelijkheid voor de brandveiligheid gestalte geven. Sleutelbegrip daarbij is het (brand)veiligheidsniveau. Dit begrip wordt overigens in de regeling zelf niet genoemd. Het (brand)veiligheidsniveau wordt enerzijds bepaald door de gekozen repressieve sterkte van de gemeentelijke brandweer (in samenwerking met de regionale brandweer en afgestemd op het risico) en anderzijds door het brandpreventieniveau van die gemeente. In de regeling wordt dit (brand)veiligheidsniveau aangegeven door de beschrijving van de taken en bevoegdheden op het gebied van de (brand)veiligheid en de daaraan gekoppelde verdeling tussen de gemeentelijke en de regionale brandweer. Het gewenste zorgniveau heeft betrekking op alle onderdelen van de brandweerzorg, hulpverlening, rampenbestrijding en nazorg, de zogenaamde veiligheidsketen. Het aldus aangegeven niveau wordt vervolgens, voor wat betreft de consequenties voor de uitvoering, nader uitgewerkt in het beleidsplan “Basis Brandweerzorg en Rampenbestrijding”, dat ingevolge artikel 4 door burgemeester en wethouders ten minste één keer per vier jaar ter kennisname moet worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Dit gemeentelijk beleidsplan moet naadloos aansluiten op het regionaal organisatieplan dat, ook vierjaarlijks, door het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio dient te worden vastgesteld. De regeling beschrijft enerzijds de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de bestuursorganen (het gezag) over de brandweer en anderzijds het beheer over de gemeentelijke brandweer. De regeling geeft de samenhang weer tussen de wettelijke kaders waarbinnen de brandweer opereert, de bestuurlijke en beleidsmatige kaders (artikel 4), de organisatorische kaders en taken (artikelen 3 en 5) en de bestuurlijke verantwoordelijkheden met betrekking tot het personeel, het opleiden en oefenen, het materieel en de bluswatervoorziening (artikelen 6, 7, 8 en 9) .2 OVERWEGINGEN In de overwegingen zijn alle voor de brandweer relevante wetten en voorschriften genoemd waarbinnen de gemeentelijke brandweer opereert en die nodig zijn om de veiligheid van de burgers te garanderen. Genoemd worden de Gemeentewet, de Brandweerwet 1985, de Wet Rampen en Zware Ongevallen, de Woningwet en de Wet Milieubeheer. Naast de wettelijke taken volgens de Brandweerwet 1985 is tevens de positie vastgelegd ten opzichte van de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord, die ondersteunend en aanvullend werkt ten opzichte van de gemeentelijke brandweer. De bestuurlijke verantwoordelijkheid met betrekking tot de Veiligheidsregio is vastgelegd in een gemeenschappelijke regeling. 3.3 ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel