Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 8

De subsidieaanvraag

Onderdeel van Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie

1.. De aanvraag voor subsidie peuteropvang moet worden ingediend vóór 1 mei voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie wordt gevraagd. 2.. De aanvraag vermeldt de gegevens die het college nodig oordeelt om de aanvraag te kunnen beoordelen. Indien een aanvraagformulier is vastgesteld, dient voor de aanvraag gebruik te worden gemaakt van dit formulier. 3.. Bij de aanvraag moet worden overgelegd: registratienummer LRK, naam en adresgegevens van de instelling en de locaties; een motivering van de aanvraag; het aantal reguliere dagdelen peuteropvang waarvoor subsidie wordt gevraagd; het aantal VVE peuterplaatsen waarvoor subsidie wordt gevraagd; een exploitatiebegroting voor het subsidiejaar, waaruit de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend zijn te herleiden. Deze begroting moet voorzien zijn van een toelichting; een werkplan voor het subsidiejaar waarin de te leveren prestaties worden beschreven. 4.. Bij een eerste subsidieaanvraag van een instelling moeten daarnaast worden overgelegd: De statuten of het reglement van de instelling; Een opgave van de bestuurssamenstelling; De exploitatiebegroting over het lopende jaar, voorzien van een toelichting; De laatste jaarrekening en jaarverslag van de instelling.

Rechtspraak bij dit artikel