1.Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge
van:
de weigering van het college een vergunning als bedoeld in
artikel 10 te verlenen;
voorschriften door het college verbonden aan een vergunning als
bedoeld in artikel 10;
schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te
zijnen laste behoort te blijven, kent het college hem op zijn aanvraag
een billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
2.Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de
verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel 49
van de Wet op de Ruimtelijke Ordening van overeenkomstige
toepassing.