Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Bepaling hoogte van de boete

Onderdeel van Boeteverordening wet inburgering nieuwkomers 2005

Bij een verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel 18, eerste lid van de Wet, wordt een bestuurlijke boete opgelegd. Deze boete bedraagt 10% van de bijstandsnorm die voor de nieuwkomer geldt of zou gelden als hij rechthebbende in de zin van de Wet werk en bijstand zou zijn. Indien binnen een jaar na een besluit als bedoeld in het eerste lid opnieuw een verwijtbare gedraging plaatsvindt als bedoeld in het eerste lid, wordt een boete opgelegd die 50% bedraagt van de bijstandsnorm die voor de nieuwkomer geldt of zou gelden als hij rechthebbende in de zin van de Wet werk en bijstand zou zijn. Indien binnen een jaar na een besluit als bedoeld in het tweede lid opnieuw een verwijtbare gedraging plaatsvindt als bedoeld in het eerste lid, wordt een boete opgelegd die 100% bedraagt van de bijstandsnorm die voor de nieuwkomer geldt of zou gelden als hij rechthebbende in de zin van de Wet werk en bijstand zou zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel