Naar hoofdinhoud
1. Toegang tot persoonsgegevens is toegestaan als: de betrokkene daarvoor toestemming heeft gegeven; of dat noodzakelijk is in verband met een overeenkomst met de betrokkene, een wettelijke verplichting, een vitaal belang van de betrokkene, een publiekrechtelijke taak of een gerechtvaardigd belang dat opweegt tegen het privacybelang van de betrokkene. 2. Toegang tot persoonsgegevens hebben: de functionarissen die op grond van artikel 5 zijn aangewezen; anderen die daartoe op grond van dit artikel zijn aangewezen; c. de bewerkers voor zover het de persoonsgegevens betreft van tot hun werkgebied behorende betrokkenen. 3. Als een medewerker in staat is toestemming te geven voor het ophalen van zakelijk relevante informatie uit een door hem gebruikt bedrijfsmiddel, wordt de volgende procedure gevolgd: de direct leidinggevende van betrokkene verzoekt deze om toestemming voor het ophalen van bedoelde informatie; bij toestemming vindt de uitvoering plaats door een functionaris, genoemd in het tweede lid, onder a, in het bijzijn van een provinciemedewerker die is aangewezen door de betrokkene of, als de betrokkene niet beschikbaar is, door de direct leidinggevende; de toegang betreft uitsluitend inzage (leesrechten), wordt voor beperkte tijd verleend en wordt na afloop als beveiligingsincident verwerkt. 4. Als een medewerker door overlijden, ziekte of anderszins niet in staat is toestemming te geven voor het ophalen van zakelijk relevante informatie uit een door hem gebruikt bedrijfsmiddel wordt de volgende procedure gevolgd: de informatie wordt uitsluitend opgehaald als dit wordt gerechtvaardigd door een gewichtig bedrijfsbelang dat opweegt tegen het privacybelang van betrokkene; bij bedoeld bedrijfsbelang vindt de uitvoering plaats door een functionaris, genoemd in het tweede lid, onder a, in het bijzijn van een provinciemedewerker die is aangewezen door de (voormalig) direct leidinggevende van betrokkene; de toegang betreft uitsluitend inzage (leesrechten), wordt voor beperkte tijd verleend en wordt na afloop als beveiligingsincident verwerkt en aan de directeur gemeld. 5. Bij de aanwijzing van een provinciemedewerker als bedoeld in de voorgaande leden betrekt de direct leidinggevende het privacybelang van betrokkene. 6. Bij dit protocol wordt een bijlage gevoegd waarin de procedure nader wordt beschreven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel