Naar hoofdinhoud
1. Als er gegronde vermoedens van of aanwijzingen bestaan voor onrechtmatig gebruik of misbruik van een bedrijfsmiddel door een gebruiker, kan de directeur functionarissen die op grond van artikel 5 zijn aangewezen, opdragen een onderzoek in te stellen. Dit onderzoek beperkt zich tot wat noodzakelijk is voor het doel waarvoor het plaatsvindt, en staat in redelijke verhouding tot het gedrag dat wordt onderzocht. 2. De direct leidinggevende van betrokkene stelt deze vooraf op de hoogte van het onderzoek, tenzij dit genoemd onderzoek zou frustreren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel