Naar hoofdinhoud
1. De secretaris van de Vertrouwenscommissie draagt er zorg voor dat alle stukken die de Vertrouwenscommissie in het kader van haar werkzaamheden zelf heeft opgemaakt, alsmede de overige stukken die op grond van de Archiefwet of naar het oordeel van de voorzitter van de Vertrouwenscommissie voor archivering in aanmerking komen, op het moment waarop de commissie ingevolge artikel 10, lid 2 is ontbonden onverwijld op de daartoe aangewezen wijze wordt gearchiveerd, waarbij wordt bepaald dat de betreffende archiefbescheiden overeenkomstig artikel 15 van de Archiefwet 1995 gedurende 75 jaar geheim dienen te blijven. 2. Van de in lid 2 bedoelde archivering wordt een verklaring opgemaakt als bedoeld in artikel 9 van het Archiefbesluit 1995. In deze verklaring wordt melding gemaakt van de met toepassing van artikel 15 van de Archiefwet 1995 gestelde beperkingen aan de openbaarheid. 3. Indien voor de uitvoering van de leden 1 en 2 de tussenkomst van Gedeputeerde Staten in haar hoedanigheid van zorgdrager als bedoeld in de Archiefwet 1995 vereist is, verlenen zij daaraan hun medewerking. Wanneer dit noodzakelijkerwijze met zich mee mocht brengen dat de te archiveren bescheiden aan Gedeputeerde Staten dienen te worden overgedragen, zal het aan hen niet zijn toegestaan deze te openen, of anderszins in te zien, dan wel onder zich te houden. 4. Alle stukken die door of vanwege de Vertrouwenscommissie zijn opgemaakt of aan haar zijn toevertrouwd en niet voor archivering in aanmerking komen, worden door de voorzitter of de secretaris vernietigd, dan wel worden geretourneerd aan degenen die deze stukken hebben verschaft. Voor zover de vernietiging en retournering plaatsvinden nadat de Vertrouwenscommissie is ontbonden, rapporteren de voorzitter of de secretaris dat aan de voorzitter van Provinciale Staten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel