Indien en voor zover voor de uitvoering van het bepaalde in artikel 4, lid 2, artikel 5, lid 4 en artikel 6 van deze verordening ingevolge de Provinciewet nog afzonderlijke, c.q. aanvullende besluitvorming van de Vertrouwenscommissie en/of haar voorzitter, dan wel van Provinciale Staten en/of zijn voorzitter vereist mocht zijn, wordt daartoe onverwijld door het desbetreffende orgaan overgegaan.