Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepaling

Onderdeel van Subsidieregeling Amateurkunst

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: Amateurkunst: kunst die uit liefhebberij, dat wil zeggen niet beroepsmatig, wordt beoefend; Instelling: een organisatie die rechtspersoonlijkheid bezit en zich ten doel stelt om zonder winstoogmerk activiteiten te verrichten op het gebied van amateurkunst; Actieve leden: contributiebetalende leden van een instelling, die de activiteiten mede uitvoeren. De artistieke leiders, bestuurders, commissarissen, ereleden en dergelijke worden niet als zodanig aangemerkt; Kunstcategorieën: categorieën van kunstuitingen, te onderscheiden in instrumentale muziek, vocale muziek, theater en dans, beeldende en audiovisuele kunst en literatuur; Muziektheater: theatervorm waarbij muziek een grote rol speelt en die naast muziek één of meer van de volgende componenten bevat: dialoog, monoloog, zang, dans of non-verbale, lichamelijke uitdrukking; Bewegingstheater: theatervorm die uitgaat van de fysieke capaciteiten van de uitvoerenden en waarbij bewegingen, in combinatie met de verbeelding, worden omgezet in een soort fysieke beeldtaal; Dans: uitvoerende kunstvorm bestaande uit ritmische beweging van het lichaam, die doorgaans wordt begeleid door muziek en die wordt uitgevoerd voor een publiek; Toneel: theatervorm waarbij personen voor een publiek een verhaal met personages uitbeelden, waarbij doorgaans wordt gesproken door middel van dialogen of een monoloog. Structurele subsidie: subsidie die een doorlopend of terugkerend karakter heeft;

Rechtspraak bij dit artikel