Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel D.1

Arbeidsduur

Onderdeel van Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies

1. Gedeputeerde staten bepalen de arbeidsduur voor de ambtenaar met inachtneming van de uitkomsten van het overleg met de organisaties van overheidspersoneel in het SPA. 2. De arbeidsduur per jaar voor de ambtenaar met een volledige functie is daarbij gelijk aan het aantal kalenderdagen per jaar, verminderd met het aantal zaterdagen en zondagen en niet op zaterdag of zondag vallende feestdagen, vermenigvuldigd met 7,2 uur per dag. 3. Onder feestdagen worden verstaan de nieuwjaarsdag, de tweede paasdag, hemelvaartsdag, de tweede pinksterdag, de beide kerstdagen, de dag, waarop de verjaardag van de koning wordt gevierd en – eenmaal in de vijf jaar in lustrumjaren – 5 mei. 4. De arbeidsduur per jaar voor de ambtenaar met een deeltijdfunctie wordt evenredig aan het deeltijdpercentage bepaald. 5. Met de ambtenaar kan worden afgesproken dat gedurende een periode van minimaal 3 en maximaal 12 aaneengesloten maanden de arbeidsduur, in afwijking van het tweede lid, wordt bepaald op 40 uur per week. Met de betrokken ambtenaar kan worden afgesproken deze periode te verlengen met minimaal 3 en maximaal 12 aaneengesloten maanden. De afspraken worden vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst. Over de periode waarin de arbeidsduur 40 uur per week bedraagt worden de aanspraken bij of krachtens deze regeling, indien zij gerelateerd zijn aan de arbeidsduur, vastgesteld op 40/36 deel van de aanspraken in een volledige functie.

Rechtspraak bij dit artikel