**1.** Over kalendermaanden gedurende welke de ambtenaar in afwijking van de voor hem geldende werktijdregeling geen arbeid, onderscheidenlijk gedeeltelijk arbeid verricht heeft hij geen aanspraak op algemeen verlof, onderscheidenlijk aanspraak op algemeen verlof naar evenredigheid van het gedeelte van de werktijd waarop de arbeid volgens de werktijdregeling is verricht.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing indien geheel of gedeeltelijk geen arbeid wordt verricht wegens:
genoten algemeen verlof;
niet aan schuld of nalatigheid van de ambtenaar te wijten ziekte, voor zolang de verhindering om arbeid te verrichten korter duurt dan 26 weken, waarbij werkhervatting van 4 weken of minder geen nieuwe periode van 26 weken inluidt;
zwangerschaps en bevallingsverlof als bedoeld in artikel D.13.;
buitengewoon verlof van korte duur op grond van de artikelen D.14 en D.15 en op grond van de Wet op de ondernemingsraden.
**3.** Het eerste lid is evenmin van toepassing op algemeen verlof dat met toepassing van artikel D.1 1 is gekocht.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel D.6
Verminderde aanspraak op algemeen verlof
Onderdeel van Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies