Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
- het bebouwingsbeeld;
- de woonsituatie;
- de verkeersveiligheid;
- de sociale veiligheid;
- de milieusituatie;
- de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden;
- de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden;
bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:
a. lid 19.2 sub b onder 2 en toestaan dat de onderlinge afstand tussen recreatiewoningen wordt gereduceerd tot 0 m ten behoeve van de mogelijkheid om twee recreatieverblijven te koppelen ten behoeve van een familieverblijf, met dien verstande dat:
1. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van recreatief gebruik;
2. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van recreatieterreinen met een bedrijfsmatige exploitatie;
3. de totale oppervlakte van een gekoppeld recreatieverblijf maximaal 200 m2 bedraagt;
4. een afwijking voor het reduceren van de onderlinge afstand tot 0 m (zie ook sub b) bij maximaal 25% van het totale aantal recreatiewoningen per bestemmingsvlak kan worden toegepast;
b. lid 19.2 sub b onder 2 en toestaan dat de onderlinge afstand tussen recreatiewoningen
wordt gereduceerd tot 0 m ten behoeve van de mogelijkheid om twee
recreatieverblijven te koppelen ten behoeve van een groepsrecreatieverblijf, met dien
verstande dat:
1. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van recreatief gebruik;
2. deze afwijking uitsluitend toegepast wordt ten behoeve van recreatieterreinen met een bedrijfsmatige exploitatie;
3. de totale oppervlakte van een gekoppeld recreatieverblijf maximaal 200 m2 bedraagt;
4. de afwijking maximaal per bestemmingsvlak kan worden toegepast;
5. het groepsrecreatieverblijf telt als twee recreatieverbijven;
6. een afwijking voor het reduceren van de onderlinge afstand tot 0 m (zie ook sub a) bij maximaal 25% van het totale aantal recreatiewoningen per bestemmingsvlak kan worden toegepast;
c. lid 19.2 sub b onder 5 en toestaan dat van maximaal 25% van het totale aantal recreatieverblijven de oppervlakte van een recreatieverblijf wordt vergroot tot ten hoogste 125 m², mits:
1. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van het recreatief verblijf;
2. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van recreatieterreinen met een bedrijfsmatige exploitatie;
3. aangetoond is dat deze vergroting noodzakelijk is ten behoeve van de combinatie zorg en recreatie;
d. lid 19.2 sub b onder 6 en toestaan dat de oppervlakte van een recreatieverblijf inclusief het daarbij behorende bijgebouw wordt vergroot tot ten hoogste 100 m², mits:
1. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van het recreatief gebruik;
e. lid 19.2 sub b onder 9 en toestaan dat de goothoogte van een recreatieverblijf wordt verhoogd tot 5,5 m, mits:
1. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast, ter plaatse van de aanduiding voorzieningengebouwen';
f. lid 19.2 sub e onder 1 en toestaan dat de oppervlakte van een groepsaccommodatie wordt vergroot tot ten hoogste 750 m2.
Hoofdstuk 2
Artikel 19.4
Afwijken van de bouwregels
Onderdeel van De beheersverordening buitengebied van de gemeente De Wolden