Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
- het bebouwingsbeeld;
- de woonsituatie;
- de verkeersveiligheid;
- de sociale veiligheid;
- de milieusituatie;
- de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden;
- de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden;
bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:
a. lid 20.2 sub a onder 3 en toestaan dat de onderlinge afstand tussen recreatiewoningen wordt gereduceerd tot 0 m ten behoeve van de mogelijkheid om twee recreatieverblijven te koppelen ten behoeve van een familieverblijf, met dien verstande dat:
1. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van recreatief gebruik;
2. deze afwijking uitsluitend toegepast wordt ten behoeve van recreatieterreinen met een bedrijfsmatige exploitatie;
3. de totale oppervlakte van een gekoppeld recreatieverblijf maximaal 200 m2 bedraagt;
4. de afwijking voor maximaal 25% van het totale aantal recreatiewoningen per bestemmingsvlak kan worden toegepast;
b. lid 20.2 sub a onder 3 en toestaan dat de onderlinge afstand tussen recreatiewoningen wordt gereduceerd tot 0 m ten behoeve van de mogelijkheid om twee recreatieverblijven te koppelen ten behoeve van een groepsrecreatieverblijf, met dien verstande dat:
1. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van recreatief gebruik;
2. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van recreatieterreinen met een bedrijfsmatige exploitatie;
3. de totale oppervlakte van een gekoppeld recreatieverblijf maximaal 200 m2 bedraagt;
4. de afwijking maximaal per bestemmingsvlak kan worden toegepast;
5. het groepsrecreatieverblijf telt als twee recreatieverbijven;
c. lid 20.2 sub b onder 7 en toestaan dat de oppervlakte van een recreatieverblijf wordt vergroot tot ten hoogste 100 m², mits:
1. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van het recreatief verblijf;
d. lid 20.2 sub d onder 1 en toestaan dat de oppervlakte van een groepsaccommodatie wordt vergroot tot ten hoogste 750 m2;
e. lid 20.2 sub e onder 2 en toestaan dat van maximaal 25% van het totale aantal recreatieverblijven de oppervlakte van een recreatieverblijf wordt vergroot tot ten hoogste 125 m², mits:
1. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van het recreatief verblijf;
2. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van recreatieterreinen met een bedrijfsmatige exploitatie;
3. aangetoond is dat deze vergroting noodzakelijk is ten behoeve van de combinatie zorg en recreatie;
f. lid 20.2 en toestaan dat tevens trekkersverblijven worden gebouwd, mits:
1. per bestemmingsvlak ten hoogste zes trekkersverblijven worden gebouwd;
2. de oppervlakte van een trekkersverblijf ten hoogste 30 m² zal bedragen;
3. de hoogte van een trekkersverblijf ten hoogste 5 m zal bedragen.
Hoofdstuk 2
Artikel 20.4
Afwijken van de bouwregels
Onderdeel van De beheersverordening buitengebied van de gemeente De Wolden