Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 20.4

Afwijken van de bouwregels

Onderdeel van De beheersverordening buitengebied van de gemeente De Wolden

Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: - het bebouwingsbeeld; - de woonsituatie; - de verkeersveiligheid; - de sociale veiligheid; - de milieusituatie; - de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; - de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 20.2 sub a onder 3 en toestaan dat de onderlinge afstand tussen recreatiewoningen wordt gereduceerd tot 0 m ten behoeve van de mogelijkheid om twee recreatieverblijven te koppelen ten behoeve van een familieverblijf, met dien verstande dat: 1. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van recreatief gebruik; 2. deze afwijking uitsluitend toegepast wordt ten behoeve van recreatieterreinen met een bedrijfsmatige exploitatie; 3. de totale oppervlakte van een gekoppeld recreatieverblijf maximaal 200 m2 bedraagt; 4. de afwijking voor maximaal 25% van het totale aantal recreatiewoningen per bestemmingsvlak kan worden toegepast; b. lid 20.2 sub a onder 3 en toestaan dat de onderlinge afstand tussen recreatiewoningen wordt gereduceerd tot 0 m ten behoeve van de mogelijkheid om twee recreatieverblijven te koppelen ten behoeve van een groepsrecreatieverblijf, met dien verstande dat: 1. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van recreatief gebruik; 2. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van recreatieterreinen met een bedrijfsmatige exploitatie; 3. de totale oppervlakte van een gekoppeld recreatieverblijf maximaal 200 m2 bedraagt; 4. de afwijking maximaal per bestemmingsvlak kan worden toegepast; 5. het groepsrecreatieverblijf telt als twee recreatieverbijven; c. lid 20.2 sub b onder 7 en toestaan dat de oppervlakte van een recreatieverblijf wordt vergroot tot ten hoogste 100 m², mits: 1. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van het recreatief verblijf; d. lid 20.2 sub d onder 1 en toestaan dat de oppervlakte van een groepsaccommodatie wordt vergroot tot ten hoogste 750 m2; e. lid 20.2 sub e onder 2 en toestaan dat van maximaal 25% van het totale aantal recreatieverblijven de oppervlakte van een recreatieverblijf wordt vergroot tot ten hoogste 125 m², mits: 1. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van het recreatief verblijf; 2. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van recreatieterreinen met een bedrijfsmatige exploitatie; 3. aangetoond is dat deze vergroting noodzakelijk is ten behoeve van de combinatie zorg en recreatie; f. lid 20.2 en toestaan dat tevens trekkersverblijven worden gebouwd, mits: 1. per bestemmingsvlak ten hoogste zes trekkersverblijven worden gebouwd; 2. de oppervlakte van een trekkersverblijf ten hoogste 30 m² zal bedragen; 3. de hoogte van een trekkersverblijf ten hoogste 5 m zal bedragen.

Rechtspraak bij dit artikel