a. Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
1. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd;
2. per bestemmingsvlak zal één vrijstaand woonhuis worden gebouwd;
3. de oppervlakte van een hoofdgebouw zal ten hoogste 200 m² bedragen, tenzij de bestaande oppervlakte meer bedraagt dan 200 m², in welk geval de bestaande oppervlakte van het hoofdgebouw als maximum geldt;
4. de afstand van een hoofdgebouw tot de perceelgrens zal ten minste 5 m bedragen;
5. de goothoogte zal ten hoogste 4 m bedragen, tenzij de bestaande goothoogte hoger is, in welk geval de goothoogte ten hoogste de bestaande goothoogte zal bedragen;
6. de dakhelling van een hoofdgebouw zal ten minste 30° bedragen;
7. de dakhelling van een hoofdgebouw zal ten hoogste 60° bedragen.
b. Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels:
1. de aan- en uitbouwen en bijgebouwen zullen ten minste 4 m achter de naar de weg(en) gekeerde gevel(s) van het hoofdgebouw, dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd;
2. vrijstaande bijgebouwen en overkappingen zullen binnen een afstand van 25 m vanuit het dichtstbijzijnde punt van het hoofdgebouw worden gebouwd;
3. de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij een hoofdgebouw zal ten hoogste 100 m² op percelen met een oppervlakte kleiner dan 2.000 m² en 150 m² op percelen groter dan of gelijk aan 2.000 m² bedragen, tenzij de bestaande oppervlakte meer dan 100 m², respectievelijk 150 m², maar minder dan 200 m² bedraagt, in welk geval de gezamenlijke oppervlakte ten hoogste de bestaande oppervlakte zal bedragen;
4. de oppervlakte van de aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen naast de zijgevels van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 50 m², dan wel de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt;
5. de afstand van een overkappingen tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder dan 1 m bedragen, tenzij in de perceelgrens wordt gebouwd;
6. een overkapping mag niet voor de voorgevel van een hoofdgebouw worden gebouwd;
7. de oppervlakte van een overkapping mag niet meer dan 30 m² bedragen.
8. de goothoogte van een aan-, uitbouw of bijgebouw zal ten hoogste 3 m bedragen;
9. de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer dan 3,25 m bedragen;
10. de dakhelling van een aan-, uitbouw of bijgebouw zal ten minste 30°en ten hoogste 60° bedragen.
c. Voor het bouwen van recreatieverblijven gelden de volgende regels:
1. het aantal recreatieverblijven zal ten hoogste het bestaande aantal bedragen;
2. de oppervlakte van een recreatieverblijf zal ten hoogste de bestaande oppervlakte bedragen, welke oppervlakte deel uitmaakt van de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij hetzelfde bijbehorende hoofdgebouw;
3. de dakhelling van een recreatieverblijf zal ten minste 15° bedragen, dan wel minimaal de bestaande dakhelling indien deze minder bedraagt.
d. voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van het conferentiecentrum, gelden de
volgende regels: dat ;
1. het bouwen van een conferentiecentrum is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'conferentiecentrum',
2. de oppervlakte mag niet meer bedragen dan de bestaande oppervlakte;
3. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan de bestaande goot- en bouwhoogte.
e. Voor het bouwen van groepsaccommodaties al of niet in combinatie met educatieve,
sociaal-culturele en recreatieve doeleinden gelden de volgende regels:
1. het bouwen van groepsaccommodaties is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'groepsaccommodatie';
2. het bouwen ten behoeve van de groepsaccommodatie al of niet in combinatie met educatieve, sociaal-culturele en recreatieve doeleinden mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestaande hoofdgebouw, met dien verstande dat het woongedeelte niet kleiner mag worden dan 450 m³;
3. de oppervlakte van de groepsaccommodatie bedraagt ten hoogste 400 m2, dan wel ten hoogste de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt.
f. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels:
1. de bouwhoogte van erf- terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 1 m en daarachter ten hoogste 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op zijerven die grenzen aan een openbaar toegankelijk gebied op een afstand van 1 m of minder uit de perceelgrens ten hoogste 1 m bedraagt;
2. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, zal ten hoogste 5,5 m bedragen.
Hoofdstuk 2
Artikel 27.2
Bouwregels
Onderdeel van De beheersverordening buitengebied van de gemeente De Wolden