Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
- het bebouwingsbeeld;
- de woonsituatie;
- de verkeersveiligheid;
- de sociale veiligheid;
- de milieusituatie;
- de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden;
- de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden;
bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:
a. lid 27.5 en toestaan dat de gronden en bouwwerken in combinatie met het wonen worden gebruikt voor logiesverstrekking, mits:
1. de logiesverstrekking plaatsvindt binnen bestaande bebouwing;
2. in een bijgebouw uitsluitend slaapplaatsen met sanitaire voorzieningen worden gerealiseerd. Hieraan gekoppeld moet in het bijbehorende hoofdgebouw een ontbijtruimte, en mag een eventuele woonkamer worden gerealiseerd;
3. indien een bijgebouw gebruikt wordt ten behoeve van de logiesverstrekking, dit bijgebouw zich in de directe nabijheid bevindt van en een duidelijk relatie heeft met het hoofdgebouw;
4. indien een bijgebouw gebruikt wordt ten behoeve van de logiesverstrekking, de uiterlijke kenmerken van dit bijgebouw behouden blijven. Er mogen geen uiterlijke kenmerken van een woning worden toegevoegd;
5. er maximaal drie slaapkamers worden gerealiseerd;
6. er geen keukenblok in de kamers wordt gemaakt;
7. het parkeren op eigen erf plaatsvindt;
8. geen extra inrit wordt aangelegd in verband met de vestiging;
9. vestiging plaatsvindt aan een verkeersontsluiting van voldoende omvang;
10. vesting geen onevenredige afbreuk doet aan de milieusituatie van agrarische bedrijven in de directe omgeving;
b. lid 27.5 en toestaan dat een woonhuis wordt gebruikt voor meer dan één woning, mits:
1. de inhoud per woning na splitsing minimaal 450 m3 zal bedragen;
2. sprake is van een ruimtelijke, stedenbouwkundige, landschappelijke en/of volkshuisvestigingstechnische verbetering van het perceel en/of het hoofdgebouw. Deze verbetering dient, in het geval van volledige nieuwbouw van een hoofdgebouw, in samenhang te gebeuren met een aanpassing van het erf, zodanig dat er qua bouw en inrichting van het bijbehorende erf een in het landschap passende situatie ontstaat conform het Landschapsontwikkelingskader dat door de gemeenteraad van De Wolden is vastgesteld op 29 november 2012;
c. lid 27.5 en toestaan dat de gronden en bouwwerken worden gebruikt voor de
uitoefening van productiegebonden detailhandel, mits:
1. de functie inherent is aan de bestemming;
2. vestiging van de detailhandel in bestaande bebouwing plaatsvindt;
3. geen reclame-uitingen worden gebruikt;
4. parkeren op eigen erf plaatsvindt.
Hoofdstuk 2
Artikel 27.6
Afwijken van de gebruiksregels
Onderdeel van De beheersverordening buitengebied van de gemeente De Wolden