Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan:
- het bebouwingsbeeld;
- de woonsituatie;
- de verkeersveiligheid;
- de sociale veiligheid;
- de milieusituatie;
- de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden;
- de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden;
bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in:
a. lid 6.2 sub a onder 2 en/of lid 6.2 sub c onder 1 en toestaan dat gebouwen buiten het bouwvlak worden gebouwd, mits:
1. de gebouwen aansluitend aan het bouwvlak worden gebouwd;
2. de gebouwen landschappelijk worden ingepast conform het Landschapsontwikkelingskader De Wolden (vastgesteld 2 november 2012)
3. de oppervlakte van de gebouwen buiten het bouwvlak ten hoogste 1.500 m² bedraagt, met dien verstande dat de oppervlakte van het aaneengesloten bouwperceel maximaal 1,5 ha zal bedragen;
4. er zicht is op een langdurige vergroting van de productieomvang als gevolg van schaalvergroting of extensivering/verbreding van de bedrijfsactiviteiten en de noodzakelijkheid van de bedrijfsuitbreiding is aangetoond;
b. lid 6.2 sub a onder 4 en toestaan dat de afstand van gebouwen en overkappingen tot de zijdelingse perceelgrens wordt verkleind;
c. lid 6.2 sub a onder 8 en toestaan dat de goothoogte van bedrijfswoningen wordt vergroot tot 5,5 m;
d. lid 6.2 sub a onder 8 en toestaan dat ter plaatse van de aanduiding 'zorgboerderij' of 'kas' kassen worden gebouwd met dien verstande dat het oppervlakte van de kassen niet meer mag bedragen dan 200 m2 en de goot- en bouwhoogte van de kassen niet meer dan respectievelijk 4 m en 7 m;
e. lid 6.2 sub a onder 8 en toestaan dat wordt afgeweken van de dakhellingsvereisten ten behoeve van een serrestal, mits:
1. de serrestal landschappelijk wordt ingepast conform het Landschapsontwikkelingskader De Wolden (vastgesteld 2 november 2012);
2. geen serrestal wordt gebouwd in gebieden waarvoor de welstandnota 2013 (vastgesteld 13 december 2012) geldt;
f. lid 6.2 sub c onder 1 en toestaan dat silo's en bassins buiten het agrarisch bouwperceel worden gebouwd, mits:
1. deze opslag noodzakelijk is voor een goede bedrijfsvoering (bedrijfseconomische redenen), dan wel om redenen van ontsluiting of milieu opslag binnen het bouwvlak niet mogelijk is;
2. de opslag direct aansluitend aan het bouwvlak wordt gesitueerd. In uitzonderingsgevallen kan meegewerkt worden aan mestopslag op grotere afstand van bouwpercelen, mits daartoe een uitdrukkelijk bedrijfstechnische noodzaak aanwezig is. Dit is niet toegestaan in de landschappelijk en cultuurhistorisch waardevolle gebieden, alsmede in de milieubeschermingsgebieden en in de zones nabij natuurgebieden;
3. de silo of bassin goed landschappelijk wordt ingepast conform het Landschapsontwikkelingskader De Wolden (vastgesteld 2 november 2012);
4. de oppervlakte van een silo of een bassin ten hoogste 750 m² zal bedragen;
5. de hoogte van een silo of een bassin ten hoogste 3,5 m, exclusief afdekking zal bedragen;
6. ten behoeve van mestsilo's of -bassins tevens de in lid 6.6 sub c genoemde afwijking is toegepast;
g. lid 6.2 sub c onder 4 en toestaan dat de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, wordt vergroot tot 12 m.
Hoofdstuk 2
Artikel 6.4
Afwijken van de bouwregels
Onderdeel van De beheersverordening buitengebied van de gemeente De Wolden