Bij de toekenning van een pgb voor hulp bij het huishouden worden de budgethouder de volgende verplichtingen opgelegd:
De budgethouder gebruikt het pgb uitsluitend voor betaling van de kosten van hulp bij het huishouden en van eventueel noodzakelijk hiermee verbonden kosten;
De budgethouder koopt uitsluitend adequate en kwalitatief verantwoorde hulp bij het huishouden in;
De budgethouder sluit een schriftelijke zorgovereenkomst met de persoon, niet zijnde een huisgenoot, of instantie bij wie hij de huishoudelijke voorziening betrekt. In deze overeenkomst zijn ten minste de volgende afspraken opgenomen:
de declaraties voor de hulp bij het huishouden worden niet betaald indien zij niet binnen 6 weken na de periode van 4 weken/maand waarin de zorg is verleend bij de budgethouder zijn ingediend;
een declaratie bevat een overzicht van:
de dagen waarop is gewerkt, het uurtarief en het aantal te betalen uren;
het burgerservicenummer en de naam en het adres van de persoon bij wie de budgethouder de huishoudelijke voorziening betrekt, en wordt door deze persoon ondertekend.
De budgethouder bewaart de in lid 3. bedoelde zorgovereenkomsten, declaraties/facturen/loonstroken gedurende vijf jaren en stelt deze desgevraagd ter beschikking van het college;
De budgethouder legt verantwoording af over het gebruik van het verleende bruto pgb als het college hierom vraagt.
Artikel 17
Verplichtingen pgb hulp bij het huishouden
Onderdeel van Nadere regels voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Wmo 2014