De leden van de raad en de leden van het college en de
burgemeester spreken ieder vanaf het voor hen bestemde
spreekgestoelte, tenzij de voorzitter toestaat dat van een
andere plaats wordt gesproken. Zij richten zich tot de
voorzitter.
Een lid van de raad voert slechts het woord na het aan de
voorzitter gevraagd en van hem gekregen te hebben.
De voorzitter verleent het woord als eerste aan de fracties
die een of meerdere amendementen en/of moties indienen.
De beraadslaging over een voorstel of onderwerp geschiedt in
ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.
Elke spreektermijn is afgesloten nadat het college of de
burgemeester op het door de leden gesprokene heeft
geantwoord.
Een lid mag in een termijn niet meer dan eenmaal het woord
voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel, tenzij de raad
anders beslist.
Iedere fractie heeft een basisspreektijd van tien minuten
voor de eerste raadszetel. Deze spreektijd wordt verhoogd
met één minuut voor iedere volgende zetel.
De spreektijd van een afgesplitste fractie wordt in mindering
gebracht op de spreektijd van de fractie die wordt verlaten en
bedraagt een evenredig deel van de spreektijd van de fractie die
wordt verlaten berekend op basis van de verhouding tussen het aantal
leden van de nieuwe fractie en de verlaten fractie.
De spreektijd van het college en de burgemeester tezamen
bedraagt 50 minuten.
Op voorstel van de voorzitter of een of meer van zijn leden
kan de raad de spreektijdverdeling wijzigen
Hoofdstuk 6 › Paragraaf 3.1
Artikel 31
Spreekregels
Onderdeel van Reglement van Orde voor de Politieke Maandag van de gemeente Arnhem 2014